Het surrealisme in België

Het surrealisme is een artistieke beweging die ontstaat in de concrete context van de periode na de Eerste Wereldoorlog. De oorlog betekent immers het einde van twee idealen die centraal stonden in het sociale debat voor 1914: het internationalisme en het positivisme. De deelname van de verschillende socialistische partijen aan een oorlog tussen de staten heeft de hoop dat de internationale arbeidersbeweging een einde zou maken aan de nationalistische stromingen de bodem ingeslagen. Door het gebruik van wetenschappelijke kennis in de wreedste oorlog uit de geschiedenis is ook de hoop op een betere wereld dankzij de triomf van de kennis op het obscurantisme (licht in de duisternis, kennis in plaats van bijgeloof) vervlogen.

Op het kruispunt van deze twee mislukkingen ontstaat het surrealisme. Verschillende Belgische protagonisten van de beweging nemen deel aan diverse revolutionaire socialistische stromingen die ontstaan als reactie op 'het verraad van de sociaaldemocratie' (communisten, trotskisten, maoïsten). Paul Nougé is een van de oprichters van de Kommunistische Partij van België. René Magritte wordt drie keer lid van deze partij, maar levert zijn lidkaart telkens weer in. Edouard Léon Théodore Mesens treedt toe tot de Internationale Federatie voor een Onafhankelijke Revolutionaire Kunst, opgericht door Leon Trotski, André Breton en Diego Rivera. Marcel Mariën werkt in Peking voor het tijdschrift 'China in opbouw'.

Maar het artistieke engagement van de surrealisten staat recht tegenover het socialistische realisme dat Andreï Jdanov tot een succes maakt in de Sovjetunie. Wat zij zoeken, is de vereniging van het reële en het denkbeeldige (droom en realiteit). Die paradox kan enkel worden verklaard door het zoeken naar een antwoord op het mislukken van het positivisme.

De Belgische surrealistische stroming is de grootste na de Franse stroming. De twee belangrijkste centra van deze stroming zijn Brussel en Henegouwen. De belangrijkste Brusselse vertegenwoordiger is de schilder René Magritte. Maar het Brusselse surrealisme bestaat uit veel meer dan de werken van Magritte. Mesens is schrijver en collagist, Nougé is dichter, net als Mariën en vele anderen (meer bepaald Camille Goemans, Marcel Lecomte, Paul Colinet, Louis Scutenaire en André Souris). De enige vrouw die lid is van de groep, is de schrijfster Irène Hamoir, de vrouw van Scutenaire. Gérard Van Bruaene, de waard van 'Het Goudblommeke in Papier', is een gewaardeerde medestander van de surrealisten, die hij graag ontvangt in zijn café. Hoewel Paul Delvaux ook als een surrealist wordt beschouwd, heeft hij nooit deel uitgemaakt van de groep.

Na 1945 kiest Magritte, vanwege zijn succes en op aandringen van zijn vrouw, voor een carrière als schilder met internationale faam. Mariën beschouwt dit als verraad en wordt zijn tegenstander, in tegenstelling tot Scutenaire en Hamoir, die zijn beste vrienden blijven.