Brussel en de smurfen: een liefdesgeschiedenis

Het was in Brussel dat de nu wereldberoemde blauwe wezentjes in 1958 voor het eerst hun opwachting maakten. Hun geestelijke vader Peyo (Pierre Culliford) werkte toen voor het tijdschrift Robbedoes, waar hij Johan en Pirrewiet van avonturen voorzag. Die twee helden ontmoetten de blauwe mannetjes – exact vijf duimen hoog – in het album  “De fluit met zes smurfen” en ze oogstten meteen succes bij de lezers. Het werd het begin van een nieuwe, bijzonder populaire stripreeks.

  • Peyo smurft een universum

    In de Brusselse tekenstudio van Peyo ontstond een uniek universum: de wereld van de smurfen in hun dorpje temidden van een magisch woud. Met slechterik van dienst Gargamel en zijn gemene rosse kat  Azraël, die het opnemen tegen een leger blauwe heldjes die een apart taaltje smurfen en zich van elkaar onderscheiden door hun heel specifieke karaktertrekjes, waarin elke lezer wel mensen uit zijn omgeving (of zichzelf?) kan herkennen.

    Succesrecept

    Peyo leverde scenario’s en tekeningen, zijn vrouw Nine kleurde die laatste in. De levendige fantasie van de striptekenaar bezorgde zijn blauwe creaties een tv- en filmcarrière. Eerst waren er de tekenfilms in 1965, daarna werd in 1976 “De fluit met zes smurfen” verfilmd. En de internationale doorbraak kwam er toen de beroemde Amerikaanse tekenfilmstudio’s Hanna-Barbera tussen 1981 en 1987 maar liefst 256 tekenfilmafleveringen produceerden. De smurfen veroverden de hele wereld!

    En ze smurften nog lang en gelukkig...

    Bijna 60 jaar, 30 miljoen albums in een dertigtal talen en inmiddels ook langspeelfilms als “The Smurfs” (2011), “The Smurfs 2” (2013), “The Smurfs and the Lost Village” (2017) later is het succes van de smurfen, les Schtroumpfs, the Smurfs, die Schlümpfe, i Puffi, los Pitufos,… alleen nog maar toegenomen. En hun verhaal is nog lang niet afgelopen, want na Peyo’s dood in 1992 zette zoon Thierry zijn werk verder.