De muren van de stripwandeling in detail

Brussel is zo dol op strips dat ze haar striphelden heeft uitgenodigd om haar muren en gevels in bezit te nemen. Wil je alle details en geheimen ervan kennen? Neem hier een kijkje! Striphelden ontmoeten is eenvoudig: ga wandelen in de Brusselse straten en kijk omhoog! Een prettige wandeling voor liefhebbers en nieuwsgierigen van 7 tot 77 jaar! En voor wie niks wil missen ligt een plannetje te wachten op het informatiebureau van visit.brussels (€1).

  • 1. Kuifje

    Zin om de beroemdste Belgische stripheld tegen het lijf te lopen? Haast je naar de Stoofstraat, bekend van Manneke Pis. Maar de kans is klein dat Kuifje, zijn hond Bobbie en zijn vriend kapitein Haddock tijd hebben om een babbeltje te slaan. De razende reporter en de vuilbekkende whiskeyliefhebber zitten weer tot over hun oren in een avontuur. We weten zelfs welk avontuur. De tekening komt namelijk uit De Zaak Zonnebloem. In het achttiende album uit de reeks ontvoeren eerst Bordurische en vervolgens Syldavische geheimagenten Professor Zonnebloem. Die heeft een ultrasoon wapen uitgevonden waar beide landen zouden willen misbruik van maken. Kuifje en Haddock doen er alles aan om hun verstrooide vriend te bevrijden. Bijna 30 jaar na de dood van Hergé worden er nog altijd 1 miljoen exemplaren per jaar verkocht. Kuifje wordt gepubliceerd in 77 talen. Niemand minder dan Steven Spielberg kwam in 2011 op de proppen met de wervelende animatiefilm The Adventures of Tintin: The Secret of the Unicorn. Hergé, het pseudoniem van de Brusselaar Georges Prosper Remi (1907-1983), wordt tot de allergrootste stripauteurs gerekend. Hij debuteerde in 1929 in 'Le Petit Vingtième', de wekelijkse jeugdbijlage van het katholiek tijdschrift 'Le Vingtième Siècle'. Zijn uitgezuiverde tekenstijl (de fameuze klare lijn) wordt geroemd en velen beschouwen zijn tekeningen als kunst. Maar zijn gevoel voor beweging, suspense, humor en avontuur en grote vertelkunst zijn minstens even belangrijke verklaringen waarom Kuifje nooit heeft opgehouden met mensen te boeien.

    Wie ? Kuifje
    Waar ? Stoofstraat, 1000 Brussel
    Auteur : Hergé
    Uitgeverij : Casterman

  • 2. De Doorgang

    De internationaal gereputeerde stripauteurs François Schuiten en Benoît Peeters laten graag uitschijnen dat het universum dat ze in kaart brengen in de cyclus De Duistere Steden echt bestaat. De steden en werelden die voorkomen in roemruchte titels als Brüsel, De koorts van Urbicande, De archivaris en Het scheve kind lijken op de onze, maar zijn toch anders. Zijn de duizelingwekkende, virtuoze tekeningen uitwerkingen van de toekomstvisioenen van weleer? Perspectiefveranderingen met denkers als Jules Verne, José Luis Borges, Le Corbusier, Victor Horta of Franz Kafka in gedachten? Denk ervan wat je wil. Via lezingen, tentoonstellingen, een heuse Gids van de duistere steden en websites (www.urbicande.be) moedigen Schuiten en Peeters iedereen aan om hun licht te werpen op De Duistere Steden. Dat lukt beter als je Brussel als eens bezocht hebt. Het Paleis van de Drie Machten in Brüsel is het Justitiepaleis van Poelaert. De Grote Hal van Zarbec lijkt wel het station van Schaarbeek. De serrestad Calvani moet ontstaan zijn na een bezoek aan de Koninklijke Serres van Laken. Op hun website stellen Schuiten en Peeters dat men al jaren het bestaan verdoezelt van doorgangen. Verbindingswegen tussen de aarde en de zogenaamde Tegenaarde, tussen Brussel en Brüsel. Is de stripmuur aan de Kolenmarkt zo'n Doorgang? De klokkentoren, centraal in het fresco, lijkt alvast als twee druppels water op die van de even verderop gesitueerde Goede Bijstandskerk. Intrigerend is dat niet elke baksteen van de blinde gevel is overschilderd. En had u meteen in de gaten dat de schaduwfiguren onderaan getekend zijn?

    Wie ? De Doorgang
    Waar ? Kolenmarkt 19, 1000 Brussel
    Auteurs : François Schuiten & Benoît Peeters
    Uitgeverij : Casterman

  • 3. De Schorpioen

    Klim van de kathedraal van Sint-Michiel en Sint-Goedele naar de Treurenberg en je stoot op Armando Catalano. Een held uit één stuk, dat zie je aan de vastberaden blik waarmee hij de vijand onbevreesd opwacht, een wapenkeuze die Zorro en D'Artagnan goedkeuren en laarzen waarop De Gelaarsde Kat vast stikjaloers is. En wat te denken van zijn wangen, de trendy gezichtsbeharing en de streep borsthaar die de aandacht vestigt op de borstkas om u tegen te zeggen? Catalano is een echte Casanova. En dan hebt u de tatoeage op zijn rechterschouder nog niet gezien. De warmbloedige vechtjas annex levensgenieter dankt er zijn bijnaam aan: De Schorpioen. Zijn aartsvijand is Trebaldi, een kardinaal die qua machtshonger en verdorvenheid niet onderdoet voor de kardinaal Richelieu uit de Drie Musketiers van Alexandre Dumas. Met de hulp van zijn gevreesde rode krijgsmonniken en een knappe gifmengster met zigeunerbloed werkt de boosaardige Trebaldi zich op tot paus. Als hij het niet te druk heeft met het ophangen en verbranden van andersdenkenden, maakt hij jacht op De Schorpioen. Religieus fanatisme is van alle tijden, dus ook van de achttiende eeuw. Scenarist Stéphane Desberg voorziet de mantel-en-degenreeks ruim van schermduels in sinistere catacomben en andersoortige spectaculaire actiescènes. De sierlijke, beweeglijke beelden zijn van Enrico Marini. Vrouwelijke personages voorzien van sensuele en wulpse contouren is een van de specialiteiten van dit tekentalent uit Zwitserland.

    Wie ? De Schorpioen
    Waar ? Treurenberg, 1000 Brussel
    Tekenaar : Marini
    Scenarist : Stéphane Desberg
    Uitgeverij : Dargaud

  • 4. Suske en Wiske

    Wie ook maar een beetje aandacht had voor de musculatuur van Manneke Pis valt niet achterover van het tafereel in de Lakensestraat. Zonder het plassen te onderbreken draagt de wereldberoemde Brusselaar er vijf van België's meest geliefde striphelden op één hand. Zes zelfs, als we Schanulleke meetellen en dat moeten we. De lappenpop van Wiske speelt in verscheidene avonturen een hoofdrol. Wiske is het meisje met witte jurk, eihoofd en de strik in het haar. Sinds 1945 is deze eigenwijze meid nooit gestopt met avonturen beleven. Daarin wordt ze zonder fout bijgestaan door dapper Suske. De geelgekuifde strijkplank is de nerveuze Tante Sidonia. Lambik ziet er op de stripmuur een beetje braaf en simpel uit, maar is eigenlijk de nar. Hij zet de boel vaak op stelten zet, met hem kan altijd gelachen worden. Jerom is een zachtaardige krachtpatser. Suske en Wiske is de onbetwistbare nummer één van de Vlaamse familiestrip. In Vlaanderen verkoopt Kiekeboe van Merho beter, maar met dank aan Nederland en Franstalig België is Suske en Wiske nog steeds de best verkopende stripreeks van de Benelux. Er bestaan vertalingen in onder andere het Frans (Bob et Bobette), Afrikaans (Neelsie & Miemsie), het Portugees (Bibi & Baba) en het Latijn (Lucius et Lucia). Amerikanen spreken over Willy & Wanda, Britten over Spike & Suzy. Het 338ste album rolde in februari 2017 van de persen. De reeks werd na de dood van geestelijke vader Willy Vandersteen (1913-1990) gewoon verdergezet. Vandersteen werd de Bruegel van het stripverhaal genoemd. De Antwerpenaar was een begenadigde tekenaar én een meesterlijke verteller met veel fantasie en een scherp gevoel voor volkse humor. Met die unieke combinatie had hij de wereld kunnen veroveren.

    Wie ? Suske en Wiske
    Waar ? Lakensestraat 111, 1000 Brussel
    Auteur : Willy Vandersteen
    Uitgeverij : Standaard

  • 5. Billy the Cat

    Geniet van de guitige blik en het enthousiasme waarmee de geel-zwartgestreept kat over de kasseien zweeft. De stripmuur in de onopvallende Oppemstraat is een baken van licht en optimisme. Billy the Cat dook in 1981 even op in het stripweekblad Robbedoes maar begon pas echt aan zijn carrière in 1987. De troeven zijn de vrolijke tekeningen van de Luikse tekenaar Stéphane Colman en de toon die de Amerikaans-Brusselse scenarist Stephen Desberg aanslaat. De serie past in de roemrijke traditie van de zwierige Belgische kinderstrip die stiekem ook veel volwassenen bekoren kan. Op straat leven is niet evident, gelukkig heeft Billy naast vijanden ook een bonte schare vrienden zoals dikke Saucijs, Jumbo de duif, m'neer Hubert en juffrouw Cha-cha. Dat de poes eigenlijk een omgetoverd jongetje is en dat hij graag terug gewoon zou worden, biedt heel wat mogelijkheden. Andere strips en ambities hebben Colman en Desberg belet om voluit te gaan. De reeks werd begin deze eeuw overgenomen door Luikenaar Péral. Billy the Cat is ook de ster van een internationale tekenfilmserie. Strip en tv-serie verschillen sterk van mening over de oorzaak van de transformatie van kind in kat. In de strip steekt pestjoch Billy zonder kijken de straat over, wordt overreden en reïncarneert als kat. De tv-makers waren bang dat kinderen zich voor een auto zouden gooien in de hoop dat ze zo zouden veranderen in een dappere, snoezige poes. Ze kozen dan maar voor een tovenaar die notoire poezenpester Billy in een kat verandert.

    Wie ? Billy the Cat
    Waar ? Oppemstraat 24, 1000 Brussel
    Tekenaar : Colman
    Scenarist : Desberg
    Uitgeverij : Dupuis

  • 6. Dommel

    Waar zou de gelukzalige glimlach op het gezicht van de tonronde hond met het witte pluishaar aan te danken zijn? Is theatraal wildplassen zonder bekeurd te worden zo leuk? Of is hij in zijn nopjes dat hij Manneke Pis een loer heeft kunnen draaien? Te oordelen aan de donderwolk boven zijn hoofd vindt Manneke Pis de tijdelijke vervanging maar niks. Slimmer dan Rataplan, luier dan Idéfix, vrolijker dan Snoopy en minder voorbeeldig dan Bessy of Bobby: van alle striphonden is Dommel de kwaadste niet. Dommel zag het licht in 1968 in het weekblad Kuifje. Op zijn baasje was het nog een jaar wachten: de op rommel verlekkerde uitvinder-zeebonk-brokkenpiloot Semafoor. Dommel vindt het doorgaans maar niks dat hij diens uitvindingen moet uittesten. Nog vreselijker vindt hij het om plaats te moeten nemen in het zijspan van de lawaaierige, uitlaatgassen spuwende, uiteenvallende motorfiets waarmee Semafoor zich verplaatst. Dommel houdt meer van lekker eten, een goede roman of conversaties op niveau met buurman Balthazar. Tenzij hij meer zin heeft om die zwarte kater in elkaar te rammen. De pratende hond is het levenswerk van de Waalse tekenaar Luc Dupanloup (1945-2000), beter bekend als Dupa. Hij gunde zichzelf Hitchcockgewijs af en toe een rolletje in de reeks. Eind jaren 80 maakte Dommel zijn opwachting in een Japanse tekenfilmreeks. Dat vergrootte zijn populariteit.

    Wie ? Dommel
    Waar ? Vlaamsesteenweg 109, 1000 Brussel
    Auteur : Dupa
    Uitgeverij : Lombard

  • 7. Blake & Mortimer

    By jove! Veel strips heeft Edgard P. Jacobs (1904-1987) niet getekend, maar het zijn wel stuk voor stuk klassiekers. De avonturen van Blake en Mortimer: Het Gele Teken heet zelfs een van de beste strips aller tijden te zijn. In dat album heeft de megalomane uitvinder Septimus, Olrik in zijn macht en voorziet hem van schijnbaar bovennatuurlijke krachten. Na elke misdaad laat de überslechterik zijn visitekaartje achter: een geel teken. Op de stripmuur in de Hopstraat is duidelijk te zien dat de koelbloedige Kapitein Francis Blake van de M.I. 5 en de opvliegende professor kernfysica Philip Mortimer er niet gerust in zijn. Het onafscheidelijke, oerBrits duo is nochtans niet aan haar proefstuk toe. In hun eerste avontuur, Het Geheim van de Zwaardvis, moeten ze de winnaar van een wereldoorlog verslaan. Ook voor tijdreizen, mysterieuze piramides en gestoorde proffen die het weer controleren, deinzen ze niet terug. Het ongewoon kleurgebruik niet te na gesproken, drijft Jacobs het realisme grafisch ver door. De natuurgetrouwe weergave van personages, kledij, wapens, gebouwen en andere decorelementen is meer dan een esthetische keuze: het moet de vele fantastische elementen geloofwaardig maken. In het universum van Blake en Mortimer weet je nooit waar de werkelijkheid eindigt en de fantasie begint. Vanaf de jaren 90 wordt de serie voortgezet door verschillende gereputeerde scenaristen en tekenaars.

    Wie ? Blake en Mortimer
    Waar ? Hopstraat 24, 1000 Brussel
    Auteur : Edgar P. Jacobs
    Uitgeverij : Lombard - Blake en Mortimer

  • 8. De Engel

    Het misverstand is onuitroeibaar. "Dieu est-il mort? - God: Nietzche is dood. - Verloren illusies zijn gevonden waarheden. Dès le début, il n'y avait pas de commencement": de woorden onderaan de muurschildering lijken een ongevraagde toevoeging van een tweetalige graffiti-artiest. Maar eigenlijk maken de existentiële slogans integraal deel uit van de muurschildering van Bernard Hislaire. Al naargelang het project wisselt hij van pseudoniem: Hislaire, Yslaire, Bernar Yslaire of Sylaire. De veelvuldig bekroonde Brusselse tekenaar is geen hokjesdenker maar een vernieuwer die de experimenten met vorm en verschillende media niet schuwt. Het bekendst is Samber. In deze historisch-romantische saga over liefde en oorlog focust Yslaire op de met de dood flirtende passie tussen een bloedmooie roodogige vrouw en een stoere zwartogige man. De Duitse Romantiek, Böcklin, Caspar David Friedrich, Hugo of Mallarmé zijn nooit veraf. De engel op de muur behoort tot een reeks waarin de auteur op beklijvende wijze terugblikt op die revolutionaire maar niet zo vrolijke twintigste eeuw: XXe ciel.com. Een engel is onsterfelijk. Je zal maar onsterfelijk wezen als je geliefde dat niet is. Zou dat de onmiskenbare droefenis niet kunnen verklaren van de gevleugelde die in Kartuizerstraat neerstreek?

    Wie ? De Engel
    Waar ? Kartuizerstraat, 1000 Brussel
    Auteur : Yslaire
    Uitgeverij : Humanoïdes Associés - Futuropolis - Glénat

  • 9. Nero

    Een dikke neus, een strik en welgeteld twee haren: knap is de man niet die op deze stripmuur de vogeltjes een hand reikt. Toch is Nero een van de grootste Vlaamse striphelden. Nero noemt zichzelf een 'dagbladverschijnsel'. Zijn avonturen verschenen haast zonder onderbrekingen van 1947 tot 2002 in de katholieke Vlaamse kranten. Aanvankelijk was niet hij het hoofdpersonage, maar Detective Van Zwam, de man die op het fresco het gras onder de loep neemt. In het tweede album botst de speurneus in een gekkenhuis tegen een man met laurierblaadjes achter zijn oren, die zich de keizer van Rome waant. De lezers vonden de gek sympathieker dan de detective. De antiheld met de al te herkenbare menselijke gebreken kreeg de hoofdrol. Om de kranten dagelijks van een vervolgverhaal te voorzien was tekenaar Marc Sleen verplicht om er een moordend tempo op na te houden en voor een losse, dynamische tekenstijl en eenvoudige decors te opteren. Als geen ander speelde hij in zijn vlot vertelde, grappige strips in op de actualiteit. Paul Vanden Boeynants, Guy Verhofstadt, Jozef Stalin, Idi Amin Dada, Margaret Thatcher, Saddam Hoessein en andere beroemdheden kregen gastrollen. Maar de leukste personages zijn pure verzinsels van Sleen. Op de stripmuur herken uje de kinderen Petoetje en Petatje aan de P's op hun trui, Nero's geniale zoon Adhemar aan zijn professorenuiterlijk en frituuruitbater Jan Spier aan zijn spierkracht. Op de achtergrond wandelen Piet Fluwijn en Bolleke, een kinderstrip waarmee Marc Sleen begin de jaren 60 succes had. In de kruin schuilt de knotsgekke Tuizentfloot. Een fascinerende creatuur is de voor één keer geen pijp rokende Madame Pheip. Mijnheer Pheip is een Franstalige Brusselaar die een Franse verbastering van het Vlaams spreekt. Tot 1993 tekende Sleen alles alleen. Het Guiness Book of Records erkent hem als de meest productieve striptekenaar ter wereld. Het Marc Sleen Museuem bevindt zich in een prachtig pand in de Zandstraat 31-33, recht tegenover het Stripmuseum.

    Wie ? Nero
    Waar ? Sint-Goriksplein, 1000 Brussel
    Auteur : Nero
    Uitgeverij : Standaard

  • 10. Cori de scheepsjongen

    In 1949 begon Bob De Moor (1925-1992) voor het weekblad Kuifje te werken. Hij groeide uit tot de rechterhand van perfectionist Hergé. 35 jaar werkten ze samen: van Raket naar de maan tot Kuifje en de Picaro's. Toen Kuifje hem niet meer in beslag nam, kreeg De Moor de kans om een droomproject uit te werken. Dat werd Cori de scheepsjongen. Naar de stripmuur kijken is de scheepshoorn horen loeien en zeeziek worden van het geklots van de golven. Vanuit de mast zwaait Cori ons toe. Zijn geluk kan niet op. Niets of niemand kan van deze jongen nog een landrot maken. De donkere hartstochten van het getij en de donderende lawine van de branding op een zandbank verblijden zijn hart. De garantie op avontuur en de kans op eeuwige roem doen het sneller kloppen. De scheepsjongen vaart mee met de Verenigde Oostindische Compagnie die de Nederlanden hun Gouden Eeuw bezorgde. Muiterij, piraterij, oorlogszuchtige Spanjolen, inboorlingen op de Nieuw-Guinese kusten die 'voor het eerst de taal der musketten horen', schatten die gezocht moeten worden: het Avontuur druipt van elke bladzijde. De boten zijn magistraal, de zeeslagen onvergetelijk. De zes albums van Cori de scheepsjongen zijn het werk van een een technisch superieure tekenaar die de fameuze klare lijn in de vingers heeft en er in slaagt om het kleinste nevenpersonage een eigen stijl en karakter te geven. Die zich tot in de puntjes documenteert en dàn zijn passie voor zee, avontuur en majestueuze zeilschepen botviert. Schip ahoy!

    Wie ? Cori de scheepsjongen
    Waar ? Fabrieksstraat 21, 1000 Brussel
    Auteur : Bob De Moor 
    Uitgeverij : Casterman

  • 11. De dromen van Nick

    Aan de stijl herken je de tekenaar meteen. Om vervolgens toch weer twijfelen. Het lijkt niets voor Hermann: zo'n zwartharige jongen met een rode pyjama die in lichte extase tussen witte wolkjes zweeft, omringd door een beestenbende die staat te trappelen om wat leven in de stad te brengen. Cynisme is een vast ingrediënt in zijn werk. Liever dan onverschillig te blijven, confronteert Hermann zijn lezers met de vreselijke dingen die kleingeestige, zelfzuchtige en op macht beluste mensen elkaar aandoen. Bovenal is hij een van de uitzonderingen die uitstekend tekenen én begenadigd vertellen. Hermann Huppen brak door met de avonturenstrip Bernard Prince en tekende de eerste albums van Jugurtha, om in 1969 samen met scenarist Greg aan Comanche te beginnen, een legendarische westernreeks. In 1977 dumpt hij Bernard Prince voor zijn eigen reeks: Jeremiah. De titelheld is een einzelgänger die probeert een goed mens te zijn in een post-apocalyptische farwest die het slechtste in de mens naar boven brengt. One-shots als Sarajevo-Tango en Caatinga bevestigen zijn plaats aan het firmament van de Europese strip. Beroemde strips en beroemde personages genoeg, maar voor wie koos de meedogenloze chroniqueur van het menselijk wangedrag toen hij een blinde gevel in Brussel mocht versieren? Voor een jongen in pyjama met een rijke verbeelding en een talent voor dromen. Begin jaren 80 tekende Hermann drie albums rond deze Nick. Elke nacht opnieuw beleeft hij samen met een olifant, chimpansee, giraf, nijlpaard, schildpad of een walvis leuke avonturen die niet altijd goed aflopen. Hermann noemt de drie strips een hommage aan Windsor McKay, de Amerikaanse strippionier die Little Nemo de droomwereld liet verkennen. Hij is een gevoelige ziel.

    Wie ? Nick
    Waar ? Zennestraat - Fabriekstraat 40, 1000 Brussel
    Auteur : Hermann
    Uitgeverij : Dupuis

  • 12. Caroline Baldwin

    Het Ninoofseplein is meer een belangrijk verkeersknooppunt dan een swingende uitgaansbuurt. Een sfeervolle, opvallende stripmuur laat iets anders uitschijnen. De tekening dompelt je onder in een zwoele nacht in een of ander paradijs. We gokken op Cuba. De muzikanten zijn niet van de jongste en evenmin moeders mooiste, maar te oordelen naar de passie op de dansvloer weten ze verduiveld goed wat het juiste ritme met een vrouw kan doen. De dichtgemetselde vensters en het reliëf van de muur waren een uitdaging voor de tekenaar en de uitvoerders. Van die beperking hebben ze het beste gemaakt. De hele gevel is beschilderd, enkel op de dicht gemetselde vensters zie je snapshots van een feest dat velen in extase brengt. Let op het aantal opengesperde monden. In het oog te houden is de dame met het korte zwarte haar en de zwarte jurk, die in het laatste venster op het punt staat om te zoenen. Ze heet Caroline Baldwin en heeft haar eigen stripreeks. Ze is privédetective maar niet van het type dat jacht maakt op ontrouwe echtgenoten. Baldwin krijgt het aan de stok met Birmaanse rebellen, sjoemelende Amerikaanse presidentskandidaten, geheime diensten en ander tuig dat geen graten ziet in groteske medische experimenten. De vrijgevochten, maar kwetsbare vrouw duikt nogal snel met een foute man in de koffer... Met undercover FBI-agent Gary Scott heeft ze een turbulente knipperlichtrelatie. Baldwin overleeft de avonturen niet zonder kleerscheuren. De kwetsbare heldin is seropositief. Tekenaar en scenarist André Taymans sluit aan bij de klare lijn en heeft oog voor details die de juiste sfeer oproepen.

    Wie ? Caroline Baldwin
    Waar ? Ninoofseplein, 1000 Brussel
    Auteur : André Taymans
    Uitgeverij : Casterman

  • 13. Lucky Luke

    De inkt op het uithangbord is nog niet droog of de bank is al overvallen door de beruchte gebroeders Dalton. Kleine driftkikker Joe gaat zoals steeds voorop. Averell is de grootste, hongerigste en domste en heeft een ham buitgemaakt. Nog meer grapjes: in de bergen voorbij de prairie duikt het Atomium op, Rataplan, de domste hond van het Wilde Westen, kijkt naar de pot rode verf als was het een lekkere steak en held Lucky Luke is eens te meer sneller dan zijn schaduw. Een vlot verteld en spannend avontuur combineren met grappen om vingers en duimen bij af te likken, dat was de specialiteit van René Goscinny, het genie dat tot aan zijn dood in 1977 ook de scenario's voor Asterix verzon. Maar Lucky Luke is in de eerste plaats het levenswerk van Morris of Maurice De Bevere (1923-2001). De Kortrijkzaan vond tekenen leuker dan de pijpenfabriek van zijn vader overnemen en begon zijn carrière in de Brusselse filmstudio CBA. Zijn eerste Lucky Luke verscheen in 1946 in de Robbedoes Almanak. Morris teerde niet op zijn tekentalent en documenteerde zich zorgvuldig. Zijn stijl is zeer filmisch en verraadt een passie voor de western. Zo'n 200 miljoen albums waren er al verkocht toen de serie na zijn dood werd overgenomen door de Franse tekenaar Achdé en scenarist Laurent Gerra. Tv-series, animatiefilms en speelfilms houden de populariteit van Lucky Luke - a poor, lonesome cowboy, a long way from home - op peil. 

    Wie ? Lucky Luke
    Waar ? Washuisstraat 19, 1000 Brussel
    Auteur : Morris
    Uitgeverij : Dupuis, Dargaud

  • 14. Asterix

    Geestdriftig bestormen Asterix, Obelix en hun kleurrijke dorpsgenoten een Romeins kamp. Idefix loopt voorop. Het is een bekend tafereel voor miljoenen lezers. De kleine, maar o zo dappere Galliër en zijn dikke vriend die geen toverdrank meer krijgt sinds hij als kind in de ketel van druïde Panoramix viel, behoeven geen introductie meer. De verkoop van de albums is de kaap van de 350 miljoen voorbij. Een eigen pretpark, tekenfilms en vier bijzonder populaire speelfilms zorgden ervoor dat Asterix en Obelix ook vertrouwde namen zijn in huishoudens zonder stripkast. Ze weten daar niet wat ze missen. Asterix is de strip op zijn best: speels en spannend maar ook veelgelaagd, intelligent en boordevol verwijzingen naar cultuur en geschiedenis. Een goeie Asterix is nooit uitgelezen, je ontdekt telkens weer nieuwe dingen. Meestal zijn die erg grappig. Asterix zag het licht op 29 oktober 1959 in het tijdschrift Pilote. De begenadigde tekenaar Albert Uderzo en de geniale scenarist René Goscinny hadden elkaar in Brussel leren kennen. Vóór Asterix werkten ze samen aan de indianenstrip Hoempa Pa. Na het overlijden van Goscinny in 1977 zette Uderzo Asterix op zijn eentje verder. Hij wil dat de reeks ook na zijn dood wordt verder gezet. Asterix en Obelix zijn nog niet uitgeraasd. De Romeinse centurions lachen zuur.

    Wie ? Asterix
    Waar ? Washuisstraat 33-35, 1000 Brussel
    Tekenaar : Uderzo
    Scenarist : Goscinny & Uderzo
    Uitgeverij : Dargaud, Albert-René

  • 15. Rik Ringers

    Een stripmuur naar het hart van amateurdetectives. Op het eerste gezicht lijkt een geheimzinnige wind aan de haal te gaan met de hoed én de pijp van commissaris Baardemakers. Dat inspireert het hondje tot een circustruc waardoor journalist Rik Ringers afgeleid wordt en zijn reportage over de stevigheid van de Brusselse dakgoten bijna verkeerd afloopt. Maar zo eenvoudig zit de zaak uiteraard niet in elkaar. Studie van de trompe l'oeil leert dat Nadine belaagd wordt door een mysterieuze snoodaard met een onheilspellend groot mes. Wat een geluk dat Rik Ringers al meer dan vijftig jaar ervaring heeft met het redden van levens (bij voorkeur dat van het nichtje van de commissaris) en het oplossen van de vreemdste raadsels. Met mode heeft hij minder affiniteit. De speurneus draagt al jaren dezelfde coltrui met wit-zwarte tweedjas of regenjas. Tekenaar Tibet, het alias van Gilbert Gascard (1931 - 2010), en scenarist André-Paul Duchâteau leerden elkaar kennen in de Brusselse studio van Walt Disney en behoren tot de officiële ereburgers van deze stad. Aanvankelijk hielp Ringers de lezers van het weekblad Kuifje detectiveraadsels van één pagina oplossen. In 1961 begon hij aan het grote werk. 78 albums lang was de schrandere journalist met de Porsche de grootste charlatans en gevaarlijkste gekken te slim af. Tibet en Duchâteau zijn ook de geestelijke vaders van de humoristische western Chick Bill.

    Wie ? Rik Ringers
    Waar ? Bijstandsstraat 9, 1000 Brussel
    Tekenaar : Tibet
    Scenarist : A.P. Duchâteau
    Uitgeverij : Le Lombard

  • 16. Victor Sackville

    En wie mag die onberispelijk geklede gentleman wel zijn die op deze muurschildering een akelige ontdekking doet in het bijzijn van een bevallige dame? De naam is Sackville, Victor Sackville. In onze verbeelding is hij Britser dan James Bond. Als spion voor Zijne Majesteit de Koning van Engeland, George V, reist hij tijdens de Eerste Wereldoorlog de wereld rond. Waar hij kan, steekt hij de Duitsers stokken in de wielen. Uiteraard zonder zich tot schurkenstreken te verlagen. Je bent een gentleman of je bent het niet. Sackville is niet de bekendste aller striphelden, maar bij de liefhebbers valt de historische spionagestrip wel in de smaak. Dat komt omdat de Waalse tekenaar Francis Carin de sfeer van de tijd goed weet te vatten en de traditie van de klare lijn fraai verder zet. Hij slooft zich uit om de decors tot in de kleinste details te verzorgen. Hij is zo minutieus dat het resultaat soms meer weg heeft van een toeristisch-historische evocatie dan van een strip. Fans van architecturale hoogstandjes en old timers worden op hun wenken bediend. Op de muurschildering schitteren ook de kasseien die zo typisch zijn voor Brussel. Het tafereel komt uit het allereerste album, De Zimmerman-code 1: Dood in de opera. Te ontdekken.

    Wie ? Victor Sackville
    Waar ? Kolenmarkt 60, 1000 Brussel
    Tekenaar : Francis Carin
    Scenaristen : François Rivière, Gabrielle Borile
    Uitgeverij : Le Lombard

  • 17. Ragebol

    Ragebol was in juli 1991 de allereerste stripmuur. Aan hun pas te zien, zijn de rossekop en zijn sympathieke en slimme vriendin Catherine niet van plan om zomaar wat rond te slenteren. Dit goed geluimd koppel heeft trek in een fikse stadswandeling. De dromerige, zachtaardige jongeman zou een ideale stadsgids zijn. De belezen bewoner van de Godecharlestraat in het hart van de Leopoldswijk, kent Brussel door en door en wandelt graag. In 'Een faun op je schouder' ervaart Ragebol een diepgaande harmonie met de dingen terwijl hij vanop zijn dak de stad overschouwt. Hij besluit die intense momenten van geluk en de eenheid met de natuur te delen door erover te vertellen. De Brusselse auteur Frank Pé steekt niet weg dat Ragebol een alter ego is. Het valt ook niet te ontkennen. Beide stadsjongens zijn gevoelige zielen, nieuwsgierige natuurliefhebbers tot in hun diepste vezels en begenadigde dromers. In hun visioenen duiken filosofische faunen op, walvissen die over de grijze stad vliegen, reuzengrote schildpadden die onze boulevards oversteken. Frank Pé tekende zijn eerste Ragebol in 1978 in de natuurrubriek van het stripblad Robbedoes. De jongen deelde zijn kennis van de natuur graag met de lezers. Met scenarist Bom aan boord verschijnt in 1984 een eerste album. Er volgen er nog vier. Kwaliteit krijgt bij Frank Pé voorrang.

    Wie? Ragebol (Broussaille)
    Waar? Plattesteen, 1000 Brussel
    Auteur: Frank Pé 
    Uitgeverij: Dupuis

  • 18. Roze Bottel 

    Op een boogscheut van Manneke Pis bevindt zich een van de meest feestelijke stripmuren. De frisse, vrolijke jongeman die enthousiast zijn strooien hoed afneemt en een sensuele verschijning de hand reikt, heet Roze Bottel. De kortgerokte schoonheid luistert naar de naam Duifje Vleugelslag. De bolhoed die de rij sluit, is de aardige Meneer Folio. De drie heren in toga zijn de Drie IJslollies en besturen Morgenrood, de hoofdstad van Droomland. Geld kennen ze niet in dit utopisch parallel universum. Betalen doe je met vreugdetranen, liedjes, lachen of een dikke zoen. Zaten tekenaar Dany en scenarist Greg aan de geestverruimende middelen toen ze de fantasyreeks Roze Bottel verzonnen in het zotte jaar 1968? Ach, een beetje flowerpower kan geen kwaad in het Brussel van vandaag. De poëtische reeks bloeide in de jaren 70. In 2005 verscheen na achttien jaar eindelijk nog eens een nieuw album. Heren die net iets te lang naar Duifje Vleugelslag staren, hoeven zich nergens voor te schamen. Dany heeft wulpse vormen, ronde borsten en zwoele lippen meer dan behoorlijk in de vingers. Hij tekent ook de erotisch-humoristische reeks Rooie Oortjes.

    Wie? Roze Bottel
    Waar? Eikstraat 9, 1000 Brussel
    Tekenaar: Dany
    Scenarist: Greg
    Uitgeverij: Le Lombard

  • 19. De Jonge Albert

    De grootste tekenaar die niemand kent? Dat zou wel eens Yves Chaland (1957-1990) kunnen zijn. Hij was amper 33 toen hij het leven liet in een verkeersongeval en heeft bijgevolg ook nauwelijks de tijd gehad om door te breken bij het grote publiek. Om het bescheiden oeuvre dat hij wel naliet, vechten verzamelaars. Gerenommeerde tekenaars noemen hem hun groot voorbeeld. Kenners schatten zijn werk erg hoog in. Chaland was een Fransman, maar tekende Belgischer dan de Belgen. Hij wierp zich op als de erfgenaam van de meesters van de Klare Lijn. Dat deed de meesterlijke stilist niet door slaafs het werk van Hergé of zo te imiteren. De nostalgie is tastbaar maar voor een gratuite retro-oefening ben je aan het verkeerde adres. Chaland gaat heel speels met de traditie om en vermengt de strakke stijl van Hergé en Jacobs met het dynamisme van Franquin en Jijé. Het beste van twee werelden: de school van Brussel en de school van Marcinelle. De zogenaamde Atoomstijl kreeg in heel Europa navolging. Bob Fish en Freddy Lombard zijn Chalands bekendste figuren. De schitterende muurschildering in de Cellebroerstraat verwijst naar De Jonge Albert. In die albums verhaalde Chaland over de soms verregaande, wrede kwajongensstreken van een ketje in het naoorlogse Brussel. Voor deugnieterij heeft de bengel even geen tijd, hij is een detective aan het lezen uit de beruchte "Série Noire" reeks. Hopelijk mist hij zijn tram niet.

    Wie? De Jonge Albert
    Waar? Cellebroersstraat 49, 1000 Brussel
    Auteur: Yves Chaland
    Uitgeverij: Humanoïdes Associés, Metal Hurlant

  • 20. Blondie en Blinkie 

    Een vogelkooi kan een vraatzuchtig geel beest niet beletten naar het fruit te grijpen. In vakje één is de kruidenier boos, in vakje twee is hij al wat meer op zijn gemak. De twee jonge klanten die het gelag moeten betalen, zetten een dondergezicht op. De stripfanaat herkent Blondie en Blinkie. Blondie is een ernstige held à la Kuifje die de problemen al redenerend oplost. Blinkie is de gekke boezemvriend die liever meteen tot de actie overgaat. De figuren beleefden hun eerste avonturen tussen 1939 en 1942 in het katholiek tijdschrift Petits Belges. Ze zijn een vondst van Joseph Gillain (1914 -1980) of Jijé. De peetvader en pionier van de Belgische strip begon in 1939 bij het pas gestarte weekblad Robbedoes. Hij nam de serie Robbedoes over van de Fransman Rob-Vel en introduceerde Kwabbernoot. Hij riep Jan Kordaat in het leven en tekende Amerikaanse strips toen de bevoorrading tijdens de Tweede Wereldoorlog stil lag. Na de oorlog nam het blad Robbedoes een hoge vlucht. Steunpilaar Jijé haalde het ene grote talent na het andere binnen: Will, Morris, Eddy Paape en Franquin. In de jaren 1950 begon Jijé nog de western Jerry Spring en tekende hij als overtuigde katholiek een biografie van Baden-Powell en Don Bosco. Tien jaar later nam hij Tanguy en Laverdure over van Albert Uderzo en Roodbaard van Victor Hubinon. De begenadigde, vlotte tekenaar kon alle genres aan. Hij had ook meteen door hoe leuk de Marsupilami van Franquin was en in Blondie en Blinkie ontdekken de Vliegende Schotels, kwam hij op de proppen met een variant. De Marsupilami Africanis is staartloos, dikker en... minder geliefd bij kruideniers.

    Wie? Blondie en Blinkie
    Waar? Kapucijnenstraat 15, 1000 Brussel
    Auteur: Jijé
    Uitgeverij: Averbode, Dupuis, Magic Strip

  • 21. Govert Suurbier

    Herken je de fascinerend mooie dame die hier zo galant naar beneden geholpen wordt door een struise missionaris? Een tip: haar beruchtste outfit bestond uit niet veel meer dan een bananenrokje. Yep, dit is de fameuze Josephine Baker die Parijs tijdens het Interbellum in lichterlaaie zette met opwindend cabaret. Dat luipaard hield ze over aan een optreden in de Folies Bergère in 1927. De stripreeks vertelt eigenlijk de doldwaze avonturen van missionaris Govert Suurbier en zijn bange discipel Reinier Kneppelhout. Josephine Baker speelt slechts in drie van de zeven albums een rol. Maar geef toe, ze is dé ster van deze stripmuur op een steenworp van het justitiepaleis. De knappe tekening is van Laurent Verron. Wijlen Jean Roba vroeg hem om Bollie en Billie verder te zetten. Aan nieuwe afleveringen van Govert Suurbier komen Verron en scenarist Yann voorlopig niet toe. De humoristische avonturenreeks speelt gretig in op historische personages (Edith Piaf, Hitler, Laurel & Hardy, John Wayne,...) en gebeurtenissen en dat vergt veel research. Govert Suurbier is een norse brompot die er niet mee kan lachen dat het Vaticaan hem van zijn geliefde Papoea's weghoudt door hem steeds opnieuw op te zadelen met geheime missies. Maar eigenlijk is hij de edelmoedigheid zelve. Verkijk je niet op de strenge witte baard en klederdacht: zijn kennis van Papoeaanse vloeken en boertige liedjes bezorgen velen rooie oortjes. En zoek geen ruzie, want hij heeft een verleden als straatjoch, pooier op de Place Pigalle en aalmoezenier in de loopgraven van de Eerste Wereldoorlog. Miss Baker is in goede handen.

    Wie? Govert Suurbier
    Waar? Kapucijnenstraat 13, 1000 Brussel
    Tekenaar: Laurent Verron
    Scenarist: Yann
    Uitgeverij: Le Lombard

  • 22. Jojo

    In welk jaar moeten we dit schoolvoorbeeld van huiselijk geluk situeren? Het kachelfornuis, oma's voorliefde voor kledij met bloemen en bollen en het feit dat er op de keukentafel een dikke boterham ligt waar je cornflakes verwacht, doen denken dat de scène een halve eeuw oud is. Wie de stripfiguur herkent, weet beter. De vrolijke jongen heet Jojo en heeft een Game Boy. Deze innemende kinderstrip speelt zich gewoon vandaag af. De zevenjarige goudeerlijke knul hapt van het leven met aanstekelijke appetijt en verkeert meestal in het gezelschap van zijn boezemvriend Dik Lowietje, de tarzan die op de stripmuur de stevigheid van de lamp test. Bij gebrek aan mama woont Jojo bij zijn oma of Mamy, ergens waar de stad overgaat in het platteland. Stedelijker en moderner is de omgeving waar Jojo's overwerkte papa woont. De vage datering is geen toeval. De te vroeg overleden tekenaar André Geerts (1955-2010) schaamde zich niet voor een vleugje nostalgie of romantiek. Met herkenbare taferelen uit het dagelijks bestaan probeerde hij het verloren paradijs te reconstrueren. Het talent om die kleine, maar onschatbare momenten te spotten, combineerde hij met een tegelijk dynamische en fragiele tekenstijl met veel ronde lijnen en pastelkleuren. Jojo zag het levenslicht in 1983, maar haalde - onbegrijpelijk! - niet de verkoopcijfers die het verdiende. Hopelijk zet de tijd dat nog recht.

    Wie? Jojo (Petit Jojo)
    Waar? Pieremansstraat, 1000 Brussel
    Auteur: André Geerts
    Uitgeverij: Dupuis

  • 23. De Beverpatrouille

    Verscheidene Belgische striphelden zijn stichtende voorbeelden: jongens die niet bang zijn voor het avontuur en nobele waarden verdedigen als rechtvaardigheid, kameraadschap en hulpvaardigheid. Heel wat gerenommeerde tekenaars hebben dan ook een scoutsverleden en lieten hun kunnen voor het eerst zien in de ledenblaadjes. Kuifje is getekend door Nieuwsgierige Vos, Suske en Wiske door Sluwe Vos, Natasja door Dynamische Struisvogel, Nero door Standvastige Reiger en de Smurfen zijn een uitvinding van Humoristische Ram. Belangeloze Toekan ging het felst op in de ideologie van de scouts. Belangeloze Toekan is de totem van de in Ukkel geboren Michel Tacq (1927-1994). Onder het pseudoniem Mitacq tekent deze bewonderaar van Hergé in 1953 de eerste avonturen van een groep verkenners. Veulen (de bevlogen leider), Valk (het brein), Kat (de waaghals), Tapir (de levensgenieter) en Vlieg (de verlegen benjamin) vormen samen De Beverpatroelje. De eerste 21 scenario's zijn van Jean-Michel Charlier, bekend van de reeksen Blueberry en Buck Danny. De laatste negen verzon Mitacq zelf. De stripmuur geeft een verkeerd beeld van De Beverpatroelje. Hartje Marollen blinde gevels beschilderen is zonder twijfel een van die goede daden waar de scouts zichzelf dagelijks toe verplichten. Maar eigenlijk hebben Veulen, Valk en co zelden tijd voor dat soort klusjes. Net als Jommeke, Kuifje en Suske en Wiske zijn ze regelmatig te laat thuis voor het avondeten omdat er aan de andere kant van de wereld dringend heldendaden moeten worden verricht. En dan gaat het niet om wat schilderwerk maar om humanitaire hulp in militaire dictaturen.

    Wie? De Beverpatrouille
    Waar? Blaesstraat - Pieremansstraat, 1000 Brussel
    Tekenaar: Mitacq
    Scenaristen: Jean-Michel Charlier, Mitacq
    Uitgeverij: Dupuis

  • 24. De Kat

    Krijg nou wat, een gekostumeerde kat die zichzelf metselt op een blinde gevel! De Kat verscheen voor het eerst in de krant Le Soir op 22 maart 1983. De humoristisch-filosofische kat die zich rechtstreeks tot de lezer richt, is een vondst van Philippe Geluck. Aanvankelijk had de cartoon een vaste plek, later werd De Kat meer uitgespeeld als stoorzender die op onverwachte plaatsen in de krant opduikt. De tekenstijl is eenvoudig, sober en efficiënt waardoor de aandacht gaat naar wat De Kat te zeggen heeft. Hij leeft niet van applaus maar heeft binnenpretjes als hij er weer in geslaagd is om de lezer kortstondig uit zijn lood te slaan. Dat doet hij vooral door met een absurde of filosofische opmerking of een kwinkslag ogenschijnlijk triviale zaken van een heel andere kant te bekijken. Hij mikt niet op de bulderlach, maar op gegrinnik. Een eerste album dat de beste grappen bundelt, komt er in 1986 en is een groot succes. De Kat is ook het zelfportret van Geluck. 'Maar dan toch vooral als hij iets intelligents zegt en niet als hij stom uit de hoek komt', pleegt hij te grappen. Striptekenaars zijn door de bank genomen te schuw om te wedijveren met de bekendheid van hun personages, maar niet Geluck. Ettelijke radio- en tv-programma's in België en Frankrijk hebben hem beroemd gemaakt. Dat hij in Parijs geridderd werd tot Chevalier des Arts et des Lettres kan De Kat ongetwijfeld relativeren in vier, vijf welgemikte woorden.

    Wie? De Kat
    Waar? Zuidlaan 87, 1000 Brussel
    Auteur: Philippe Geluck
    Uitgeverij: Casterman

  • 25. Kwik en Flupke

    Door de animatiefilm van Steven Spielberg heeft Kuifje internationaal enorm aan bekendheid gewonnen. Maar laten we niet vergeten dat Hergé (1907-1983) nog twee andere zonen had. Kwik en Flupke zijn in meer opzichten het tegengestelde van Kuifje. Ze zijn eerder subversief dan voorbeeldig. Ze beleven hun avonturen niet in alle uithoeken van de wereld maar in de Marollen, de Brusselse volksbuurt waar Hergé opgroeide. De twee ketjes zijn amper een jaar jonger dan Kuifje. Ze haalden hun eerste komische kwajongensstreken uit in 1930 in Le petit vingtième, de kinderbijlage van Le vingtième siècle waarin ook Kuifje het daglicht zag. De strips bestaan uit verschillende komische verhalen van een pagina of twee, al dan niet voorzien van tekst. Of Kwik met de rode coltrui en Flupke met de groene jas nu bewust kattenkwaad uithalen dan wel al spelend problemen veroorzaken, in de regel komen ze onzacht in aanvaring met het gezag. 

    Wie? Kwik en Flupke
    Waar? Ons Heerstraat 19, 1000 Brussel
    Auteur: Hergé
    Uitgeverij: Casterman

  • 26. Oh! Lieve hemel

    In de humoristische stripreeks Oh! Lieve hemel maken scenarist Janry (De Kleine Robbe) en tekenaar Stuf zich vrolijk over Sint-Pieter en Lucifer. Aan de hemelpoort bezorgen laatkomers, verdwaalden of ongehoorzame engeltjes Sint-Pieter kopzorgen en extra werk. Zo komt hij nooit toe aan wat rust of een partij biljarten. Wie ervoor moet zorgen dat in het paradijs alles ordentelijk verloopt, gaat door een hel. Kan je het de brave man kwalijk nemen dat hij al eens een glaasje teveel drinkt en dan sujetten toelaat die hun hemel eigenlijk niet verdiend hebben? Dat niets menselijks de heilige Pieter vreemd is, valt ook af te lezen op de ondeugende muurschildering in de Miniemenstraat. Enkele meters verder bevindt zich het Justitiepaleis en dat heeft de schelmen Janry en Stuf geïnspireerd. Lucifer zou er klacht kunnen neerleggen tegen zijn beroemde bovenbuur. Niet alleen verknoeit die zijn barbecue, Sint-Pieter beheert een heuse cannabisplantage en te oordelen naar zijn gelukzalige glimlach hoeft er niet gedebatteerd worden over de kwaliteit van de wiet. Tot juridische spitstechnologie lijkt die zwevende advocaat in toga echt niet meer in staat. Zelfs een eenvoudige administratieve arrestatie zit er niet in. De arm der wet heeft het te druk met het schaduwen van rastaman en het bewaken van een naaktstrand. Een mens moet zijn prioriteiten kennen.

    Wie? Oh! Lieve hemel
    Waar? Minimenstraat 91, 1000 Brussel
    Tekenaar: Stuf
    Scenarist: Janry
    Uitgeverij : Dupuis

  • 27. Titeuf

    Wiske heeft een eierkopje, Kuifje een kuif. Titeuf heeft het allebei. Hij ontleent zijn naam aan het eierkopje: petit oeuf werd verbasterd tot Titeuf. Maar het is dankzij de fiere, rebelse strogele kuif dat je hem er overal en altijd meteen uitpikt. En misschien ook wel een beetje door zijn gedrag. Kijk maar naar de stripmuur. Is Titeuf op schoolreis naar Brussel de bollen van het Atomium opgekropen om in de bolle spiegel te kijken of zijn haar nog wel goed ligt? Of was het een poging om de meisjes vanuit de lucht te bespieden? Met deze eigenwijze druktemaker weet je het nooit. Zijn grappen, grollen en grillen vallen enorm in de smaak van de jonge lezers. Met oplages van meer dan anderhalf miljoen mag je gerust van een fenomeen spreken. Het stripventje heeft zijn eigen animatieserie, computer-spelletjes en behangpapier en haalde in 2011 de bioscopen. De geestelijke vader is een Led Zeppelin-fan die zich niks aangetrokken heeft van het cliché dat Zwitsers geen humor hebben. Hij heet Philippe Chappuis als hij naar de bank gaat maar Zep als hij strips signeert. Titeuf is een humoristische strip maar er wordt niet dwangmatig in gegrapt. Er is net zo goed plaats voor emotie, verbazing en vertedering. Het ventje spreekt als een echt kind en niet zoals ouderen denken dat kinderen spreken. Zijn avonturen spelen zich niet af op verre planeten maar op de speelplaats, in de klas, thuis of op weg naar school. Zijn verbeelding doet de rest. Zo is hij ervan overtuigd dat zijn overjaarse juf een buitenaards wezen is. Door Titeufs ogen naar de ongerijmde wereld van de grote mensen kijken, is je een breuk lachen.

    Wie? Titeuf
    Waar? Emile Bockstaellaan 1, 1020 Laken
    Auteur: Zep
    Uitgeverij: Glénat

  • 28. Kuifje

    Brussel houdt van Kuifje. Treinreizigers die in het Zuidstation afstappen, kunnen er niet naast kijken. Aan de ingang op het Hortaplein springt een fresco van acht meter op acht meter in het oog, geschilderd ter gelegenheid van de honderdste verjaardag van de geboorte van Georges Remi (1907-1983), alias Hergé. De Brusselaar wordt tot de grootste striptekenaars aller tijden gerekend. De tekening is een uitvergroting van het 56ste prentje uit Kuifje in Amerika. Kuifje is niet op de locomotief gesprongen om zwart te rijden. Dat zou de brave, maar ontzettend dappere jongen nooit doen. Hij zit midden in een achtervolging op Billy Smiles. Deze gangster staat Kuifje naar het leven omdat hij weigert de beruchte Al Capone te doden. Kuifje in Amerika is het derde album uit de wereldberoemde reeks van Hergé en dateert uit 1932. Dat is een hele poos geleden. Maar Kuifje heeft nooit opgehouden wereldwijd lezers van 7 tot 77 jaar in vervoering te brengen. Daar is de ongeëvenaarde, tijdloze, grafische stijl van Hergé niet vreemd aan. Voor de originele tekeningen wordt er op kunstveilingen tegenwoordig grof geld neergelegd. Maar de strip werd ook een fenomeen omwille van de wervelende, spannende avonturen die Kuifje in alle uithoeken van de wereld beleeft. De held met de grappige coiffure is een relatief kleurloze en anonieme figuur. Leeftijd, volledige naam en familiale situatie kennen we niet. Maar die neutraliteit maakt dat hij overal op zijn plaats is en dat iedereen zich met hem kan identificeren. Vrienden, tegenstanders en kennissen als kapitein Haddock, professor Zonnebloem of de stuntelige detectives Janssen en Jansen zijn des te gekker en kleurrijker.

    Wie? Kuifje
    Waar? Hortaplein, 1000 Brussel
    Auteur: Hergé
    Uitgeverij: Casterman

  • 29. Tiny

    Is het niet heroïsch om zo vrolijk en onbezorgd met de hond door de stad te huppelen? De hond heet Poeffie, het meisje heet Tiny. Tenminste zo heet ze in Brugge. In Doornik kennen ze haar als Martine, in Tirana als Zana, in Madrid als Martita, in Cagliari als Cristina, in Dover als Debbie, in Skopje als Mapuka, in Ankara als Aysegül, in Maribor als Marinka en in Malmö als Mimmi. Meer dan 85 miljoen albums zijn er verkocht in een dertigtal landen. Tiny is het bewijs dat ook een doodbraaf meisje een echte wereldster kan zijn. Elk album is gewijd aan een nieuwe hobby of activiteit voor het onwaarschijnlijk lief, behulpzaam en getalenteerd kind. De reeks startte met een uitstap naar de boerderij. De zee, het circus, de bergen, het park zouden volgen. In 1964 ging ze winkelen. In 1968 speelt ze moedertje, in 1975 leert ze zwemmen, in 1994 vindt ze een poes, in 2009 ontdekt ze de natuur. In alles wat ze doet, is ze griezelig goed. De Waalse tekenaar Marcel Marlier (1930-2011) was zelf ook een perfectionist. Het karakter van de ideale dochter bleef onveranderd sinds haar eerste verschijning in 1954. Haar look evolueerde wel voortdurend. Marlier volgde trouw de heersende mode. De reeks is vooral populair bij meisjes uit de lagere school. Over de schoonheid en de harmonie van de idyllische tekeningen kan niet getwist worden. Marlier zweert bij een naïef realisme met een uitgekiende belichting, vertederende pastelkleuren en decors die tot in de details zijn uitgewerkt.

    Wie? Tiny
    Waar? Koninginnelaan 325, 1020 Laken
    Tekenaar: Marcel Marlier
    Scenarist: Gilbert Delahaye, Jean-Louis Marlier
    Uitgeverij: Casterman

  • 30. De Vliegenkoning

    Kijk naar de namen boven de intacte kooien: King Kong en de Minotaurus zullen nog wat langer opgesloten zitten in de imaginaire zoo in de schaduw van het Atomium. De geestdriftige jongen die van Batman en broeken met brede pijpen houdt, koos ervoor om de Yeti te bevrijden. Het dier lijkt meer op een harige, buitenmaatse gorilla, maar toch is het de Yeti. Bewijsstuk één: het traliewerk van de kooi van de Yeti is bijgewerkt. Bewijsstuk twee: Kuifje in Tibet. In dat wereldberoemd en behoorlijk emotioneel album kan Kuifje niet geloven dat zijn vriend Tchang (De Blauwe Lotus) een vliegtuigramp boven de Himalaya niet overleefd heeft en start hij een zoektocht. Tchang leeft inderdaad nog: hij werd opgevangen door een eenzame, vrouwelijke, lieve loebas die ocharme door het leven moet als de verschrikkelijke sneeuwman. Vergelijk de fysiek (het punthoofd) en karaktertrekken van de yeti van Hergé met die van de yeti van Mezzo en concludeer dat dit een hommage is. Mezzo is het pseudoniem van de Fransman Pascal Mesenburg. Samen met scenarist Michel Pirus ontwierp hij in de De vliegenkoning-albums een universum dat veel vreemder en donkerder is dan de stripmuur in de Stiernetstraat laat uitschijnen. Hergé mag een invloed zijn, de Amerikaanse underground-cultuur is dat evenzeer. Met sardonisch genoegen ontleden ze in een aantal piekfijn getekende en erg beklemmende kortverhalen de onderhuidse waanzin en frustraties van jongeren die zich te pletter vervelen in een kleinburgerlijk milieu. De vliegenkoning is gesneden koek voor de fans van David Lynch, Robert Crumb of Charles Burns.

    Wie? Le roi des mouches
    Waar? Hubert Stiernetstraat 23, 1020 Laken
    Tekenaar: Mezzo
    Scenarist: Pirus
    Uitgeverij: Drugstore

  • 31. Lincoln

    Blueberry, Lucky Luke, Comanche, Buddy Longway, Jerry Spring... de lijst geweldige westernstrips is lang. De familie Jauvray liet er zich - terecht - niet door intimideren en kwam in 2002 met een nieuwe western op de proppen: Lincoln. Olivier Jouvray verzint de scenario's, broer Jérôme verzorgt het tekenwerk en de inkleuring is voor de vrouw van Jérôme, Anne-Claire. Zoals je op de stripmuur in de Paleizenstraat kunt zien, gaat het er ruig aan toen in hun strip. Lincoln is de jongeman met de hoed die klaar staat om te boksen met de reus die zijn mauwen opstroopt. Het is niet de eerste keer dat deze chagrijnige, eenzame cowboy zijn vuisten laat spreken of in de klappen deelt. Lincoln is een gepatenteerde ruziezoeker en een notoire brompot die liever lui dan moe is. Maar laat God nou net op dit exemplaar van de menselijk soort rekenen om superheld-gewijs wat orde op zaken te stellen aan het begin van de twintigste eeuw. God heeft met Lincoln gewed hij op een dag eindelijk het geluk zal kennen. Voor alle zekerheid heeft Hij de cynische cowboy onsterfelijk gemaakt. Als er geknokt wordt, houdt God zich liever afzijdig. Op de stripmuur kijkt hij toe van op de eerste etage, omringd door Engeltjes met harpen. Twee deuren verder grijnst zijn eeuwige tegenspeler de duivel. Het origineel concept is uitgewerkt in een reeks spannende avonturen, overgoten met pittige humor. Vooral Lincoln weet zijn zwartgallige kijk op de wereld met scherpe humor te verwoorden.

    Wie? Lincoln
    Waar? Paleizenstraat, 1020 Laken
    Tekenaar: Jérôme Jourvray
    Scenarist: Olivier Jouvray
    Uitgeverij: Paquet

  • 32. De Kleine Robbe

    "Het is een guitige, spontane en gezonde knaap die wel te vinden is voor een grapje, maar een hart van goud heeft: hij is een model, een Kampioen van de Goede Luim." Zo omschreef de trotse uitgever Jean Dupuis de held met dezelfde naam als zijn legendarisch stripblad: Spirou (Robbedoes). De eerste Robbedoes was van de hand van de Franse tekenaar Rob-Vel, later namen anderen het van hem over. De bekendste zijn Jijé (1943-1946) en André Franquin (1946-1968). Vandaag is de strip in handen van Morvan en Munuera. Maar tussen 1981 en 1998 werd Robbedoes verzorgd door Tome en Janry. Het duo leerde elkaar kennen toen ze nog gewoon Philippe Vandevelde en Jean-Richard Geurts heetten. In 1983 kwamen ze voor een speciaal nummer op de proppen met een gag over de kindertijd van Robbedoes. De Kleine Robbe was geboren. Hij is bepaald geen Onkreukbare Held Met Nobele Inborst, eerder een ondeugende belhamel met een voortijdige, naïeve interesse voor seks en een ongebreidelde fantasie. Eigenschappen die hem niet helpen als hij weer eens het slachtoffer is van ondoorgrondelijke en soms doldraaiende opvoeders. De nevenreeks scoorde. Tekeningen zijn verzorgd, de brave humor en de zoete, licht nostalgische sfeer kunnen nog wel een paar jaar mee. De carrousel op de stripmuur in Bruparck heeft nog een paar rondjes voor de boeg tot jolijt van Robbes juf wiskunde. Juf Cijfer (Mademoiselle Claudia Chiffre) is die amazone met blote benen waar de papa's net iets te lang naar gapen.

    Wie? De Kleine Robbe / Le Petit Spirou
    Waar? Bruparck, 1020 Laken
    Tekenaar: Janry
    Scenarist: Tome

    Uitgeverij: Dupuis

  • 33. Guust Flater

    Hij vindt het vast wel weer een veel te mooie dag om zomaar aan de baas te schenken en leunt dus over de vensterbank om met de jojo te spelen. Dat die jojo een toevallige voorbijganger vol op het hoofd zou raken, stond in de sterren geschreven. Je bent Guust Flater of je bent hem niet. Deze tedere anarchist, de eerste anti-held en de beste maatschappijkritische clown van het Frans-Belgisch stripverhaal, debuteerde op 28 februari 1957 in het tijdsschrift Spirou. De eerste nummers beperkte hij zich tot mysterieus verschijnen. Stoorzender zijn bleek een roeping. Hij was zogezegd de laconieke postsorteerder en loopjongen van de Spirou of Robbedoes-redactie, liever lui dan moe. Zijn talent om de boel op stelten te zetten met maffe experimenten, waanzinnige uitvindingen (de flaterfoon!) of geniaal-absurde invallen maakten hem zeer populair bij de lezers. De Brusselse tekenaar André Franquin (1924 - 1997) was dol op Guust die onaantastbaar was voor het sérieux van volwassen, in staat om de grofste scheldpartijen en woede-uitbarstingen te pareren met anderhalf woord: M'enfin (Nou moe). In de loop der jaren gebruikt Franquin zijn anti-comformistisch alter ego steeds meer om uiting te geven aan zijn ecologische, humanitaire bekommernissen. Net als Hergé was Franquin een groot voorbeeld voor de volgende generaties. Zijn losse, bijzonder dynamische tekenstijl stak velen de ogen uit. "Hij is een groot kunstenaar, waartegen ik maar een armzalig tekenaar ben," bekende Hergé.

    Wie? Guust Flater
    Waar? Schildknaapstraat 15, 1000 Brussel
    Auteur: Franquin
    Uitgeverij: Dupuis - Marsu Productions

  • 34. Mijnheer Johan

    Zie je die meneer die het zich niet lijkt aan te trekken dat het een druilerige dag is en dat de tram zijn lichten al ontstoken heeft? Rechterhand in de broekzak, boekentas in de linkerhand en nonchalant rokend slentert hij voorbij een van onze fraaie brasserieën met gueuze en andere Brusselse specialiteiten. Dat is meneer Johan. Hij laat wel eens zijn sokken slingeren. Hoe we dat weten? Na een handvol strips ken je meneer Johan beter dan je beste vriend. Deze schrijver uit Parijs beleeft geen grootse, meeslepende avonturen maar leidt een volkomen alledaags leven. Met elk album wordt hij een beetje ouder. Angst voor de conciërge ruimde plaats voor angst om zich te binden die vervolgens overging in angst voor het vaderschap. Deining in de relatie, depressies, vrienden die onwaarschijnlijk kunnen zeuren, het eindeloze gevecht tegen de sleur, de dagelijkse beslommeringen die zoveel energie vreten: zijn belevenissen zijn aandoenlijk herkenbaar. De ondertoon is afwisselend lichtvoetig en licht deprimerend of weemoedig. Een beetje zoals het doordeweekse leven zelf. De eenvoudige maar zeer aangename en elegante tekenstijl verlicht de zeden. De verhouding nonchalance - helderheid zit net goed. Het is niet zo dat de ene tekent en de andere scenario's verzint. Auteurs Philippe Dupuy en Charles Berberian doen alles samen. Inspiratie putten ze uit hun onmiddellijk omgeving. In 2008 wonnen ze de Grand Prix van het stripfestival van Angoulême.

    Wie? Meneer Johan
    Waar? Bogaardenstraat 28, 1000 Brussel
    Auteurs: Philippe Dupuy & Charles Berberian
    Uitgeverij: Humanoïdes Associés, Dupuis, Oog&Blik

  • 35. FC De Kampioenen

    Beste buitenlanders, gelieve hier niet mee te lachen: in Vlaanderen is de populairste voetbalploeg niet Club Brugge, Sporting Anderlecht, FC Barcelona of de nationale ploeg maar een stel amateurs dat er zelden of nooit in slaagt om een wedstrijd te winnen. De verklaring? Zo slecht kan FC De Kampioenen voetballen, zo goed kan het de mensen doen lachen. FC De Kampioenen is geen echte club maar de naam van een immens populaire tv-serie die liep van 1990 tot 2011. Zelfs herhalingen van herhalingen kluisteren hele families aan het scherm. Sinds 1997 bestaan de Kampioenen ook in stripvorm. De humoristische reeks was vanaf het eerste album Zal 't gaan, ja? een groot succes. Ze is in handen van Hec Leemans, een doorgewinterde tekenaar die naam maakte met de historische stripreeks Bakelandt. Op de stripmuur herkent u de voornaamste personages. De wijd gesticulerende man met de gele jas en de snor is Balthasar Boma, de grootsprakerige voorzitter-worstenfabrikant-vrouwenzot. Fernand Costermans, uiterst links, noemt zich antiquair maar sjoemelt er op los. De dame met de korte rok, in het midden vanboven, is Carmen: een extraverte roddeltante die vaak aan de basis ligt van de knotsgekke misverstanden waarrond elke aflevering draait. Wellicht de grappigste van de bende is de jonge vader met de baby: de hopeloos naïeve en klunzige Marc Vertongen.

    Wie? FC De Kampioenen
    Waar? Vaartstraat 27, 1000 Brussel
    Auteur: Hec Leemans
    Uitgeverij: Standaard

  • 36. Kobe de Koe

    In de wereld van het beeldverhaal komt het zelden voor dat kinderen in de voetstappen van hun ouders treden. Een uitzondering is de zoon van Bob De Moor, de rechterhand van Hergé. Johan De Moor begon als cartoonist. Begin jaren 80 trok hij naar de Studio Hergé. Hij bedacht er nieuwe grappen voor Kwik en Flupke en liet de ketjes opdraven in een gesmaakte reeks korte tekenfilms voor televisie. De fameuze 'klare lijn' was hem met de papfles meegegeven. Zowel Hergé als Edgar P. Jacobs kwamen ten huize De Moor over de vloer. Maar door meer aansluiting te zoeken bij een Bruegheliaanse traditie, bij het zotte en volkse van een Willy Vandersteen en niet vies te zijn van een experimentele mix van verschillende technieken vond Johan De Moor een bonte, eigen stijl. Kijk maar naar de twee uitbundige muurschilderingen die jeugdherberg Sleep Well opvrolijken. Je weet niet waar eerst gekeken. Naar de bolhoeden van Magritte? Het Gele Teken op de bol van het Atomium? De koe op het skateboard heet Kobe. Ze is Geheim Agent Pi = 3,1416 en was de muze van De Moor en scenarist Stephen Desberg voor een reeks exuberante, guitige, licht anarchistische strips. Kobe vraagt zich op het tweede fresco verschrikt af waar die enthousiaste muis met Kuifjes raket naar toe vliegt. De reus in het zwart gestipt maatpak maakt deel uit van de Brusselse folklore. Net als de woefels, de stoump die aangeprezen worden in de frituur die straal genegeerd wordt door de dwaas kijkende olifant op het dak van een blauwe auto. 'Als ik jouw boeken lees, is het alsof ik een pot verf tegen mijn bakkes krijg', zei een bevriend tekenaar ooit tegen Johan De Moor.

    Wie? Kobe De Koe
    Waar? Hotel Sleep Well, Dambordstraat 23, 1000 Brussel
    Auteur: Johan De Moor
    Uitgeverij: Casterman - Le Lombard

  • 37. Yoko Tsuno

    Dat groene ruimtepak en die visbokaal op haar hoofd zijn niet echt flatterend. Van de stripmuur kun je het dus niet afleiden maar geloof ons (of neem de strip ter hand) Yoko Tsuno is een knappe verschijning. Alleen kan ze daar niet tot gereduceerd worden. Samen met stewardess Natasja is Yoko Tsuno begin jaren 70 een van de eerste stripvrouwen die een eigen reeks krijgt. Ze staat voor een breuk met het stereotype beeld van de vrouw. Ze is ingenieur elektrotechniek, een verwoede ruimtereiziger en minstens zo doortastend, moedig en avontuurlijk als haar mannelijke collega's striphelden. De jonge Japanse is een meertalige boeddhiste die met haar kennis van aikido en kendo menig booswicht het nakijken geeft en zich moeiteloos tussen verschillende culturen begeeft. Afwisselend beleeft ze haar avonturen op aarde en in de ruimte. Maar of ze nu in de tijd terugreist naar de stad Brugge in de 15de eeuw of de gevaren van de planeet Vinea trotseert, altijd blijft ze trouw aan zichzelf. Loyaliteit, vriendschap en respect voor het leven zijn de eigenschappen die ze boven alles waardeert. Die gevoeligheid onderscheidt haar fijntjes van de lompere actiehelden. Yoko Tsuno is een creatie van Roger Leloup voor het weekblad Robbedoes. De Waalse stripauteur wakkert via haar de belangstelling voor moderne technologie, wetenschap en astronomie aan. Hij documenteert zich nauwgezet en maakt werk van van elke tekening. Op veertig jaar tijd verschenen er slechts een vijfentwintigtal albums.

    Wie? Yoko Tsuno
    Waar? Nieuwland, 1000 Brussel
    Auteur: Roger Leloup
    Uitgeverij: Dupuis

  • 38. XIII

    Voor veel actiehelden is de hamvraag: welke slechterik moet ik in elkaar rammen voor hij de wereld om zeep helpt? Voor XIII is de vraag der vragen: wie ben ik? Is het nu John Fleming, Jason Mac Lane, Hugh Mitchell, Karl Meredith, Kelly Brian of Reginald Wesson? Net als Jason Bourne in de film is XIII een getrainde vechtmachine met als belangrijkste kenmerk een falend geheugen. Al zoekend naar zijn ware identiteit en zich afvragend waarom zoveel mensen over lijken gaan om hem uit te schakelen, tuimelt hij van het ene avontuur in het andere. Hij wordt onder meer verdacht van moord op de president van de Verenigde Staten en blijkt ongewild een spilfiguur in verschillende groteske samenzweringen. Rond XIII zwermen nog meer intrigerende, boeiende personages zoals aartsvijand De Mangoest en aartsengel Majoor Jones, een van de vrouwelijke heldinnen. Actiescènes lijken uit een film geplukt. Telkens je denkt dat het mysterie niet nog ingewikkelder kan worden, bewijst een nieuwe intrige of een fameuze coups de théâtre je ongelijk. De Brusselse scenarist Jean Van Hamme (zie ook Thorgal en Largo Winch) vertrouwde zijn personages en spannende plots toe aan William Van Cutsem alias William Vance. Deze Brusselse tekenaar staat bekend voor zijn realistische stijl en doorgedreven research. Samen bouwden ze XIII uit tot een monument van de realistische actiestrip. De kaap van die 10 miljoen exemplaren is intussen gerond.

    Wie? XIII
    Waar? Philippe de Champagnestraat, 1000 Brussel
    Tekenaar: William Vance
    Scenarist: Jean Van Hamme
    Uitgeverij: Dargaud

  • 39. Corto Maltese

    Wel tachtig meter lang zijn de vier tekeningen aan de Akenkaai. Iemand moet de grootste stripmuur hebben en niemand misgunt het Hugo Pratt (1927-1995). Met Corto Maltese riep de in Venetië geboren grootmeester in 1967 een held in het leven zoals er maar weinig zijn: dapper, anarchistisch en sterk maar ook dromerig, romantisch, melancholisch en mysterieus. Met zijn lange witte broek, sobere mantel, zeemanspet en oorbel herken je de onvoorspelbare kapitein zonder boot van ver. De omstandigheden zetten zijn natuurlijk flegma nog meer in de verf. De onpeilbare wereldreiziger duikt telkens weer op die plekken op die afspraak hebben met de geschiedenis. Corto is ondermeer getuige van de Bokseropstand in China, de Russisch-Japanse oorlog, de Russische revolutie, en de Eerste Wereldoorlog. De wereld staat in brand, beschavingen brokkelen af maar alleen bloedmooie, fatale vrouwen kunnen de op zijn vrijheid gestelde wereldwijze avonturier van slag brengen. De kosmopoliet is een geliefde gids in onbekende streken én doorheen de twintigste eeuw. De beelden aan de Akenkaai komen uit de albums De Ethiopiërs, Corto Maltese in Siberië, Het gouden huis van Samarkand en De Kelten. De sober getekende, erudiete, sfeervolle strips van Hugo Pratt worden met romans vergeleken. Hij trok zich weinig aan van het keurslijf van de tradionele strip en durfde als een van de eersten resoluut op een volwassen publiek mikken.

    Wie? Corto Maltese
    Waar? Akenkaai, 1000 Brussel
    Auteur: Hugo Pratt
    Uitgeverij: Casterman

  • 40. Natasja

    Een pijnlijke maar ware geschiedenis: veel vrouwen kom je niet tegen in de strips van voor de jaren zeventig en al helemaal geen heldinnen die hun vrouwelijkheid durfden te etaleren. Comanche en Yoko Tsuno volgenden vrij snel maar het was Natasja die rond 1970 de ban brak. Dat ze blond is, gezegend met wulpse vormen en er in uniform beeldschoon uitziet, moeten we je niet vertellen. Een blik op de stripmuur volstaat. Maar verkijk je niet op haar uiterlijk. De stewardess is geen dom blondje maar een intelligente vrouw die weet wat ze wil en gesteld is op haar onafhankelijkheid. De kordate dame weet in noodsituaties haar kalmte te behouden maar durft al eens uit te vliegen als ze beledigd wordt. Ze kan ook behoorlijk koppig zijn en heeft zoals alle echte striphelden een sterk ontwikkeld gevoel voor rechtvaardigheid. De meeste van haar avonturen houden op een of andere manier verband met de luchtvaart. De man die op de stripmuur al zwetend twee rode koffers voortsleept, heet Walter. De onhandige jazz-liefhebber zou graag meer zijn dan haar vriend, collega en mede-avonturier maar dat zit er niet in. Natasja is het personage waarmee de Waalse tekenaar François Walthéry vergroeide. Walthéry was amper zeventien toen hij de assistent werd van Peyo, de tekenaar van De Smurfen. Eind jaren zestig nam hij het een tijdje het tekenwerk voor Steven Sterk van Peyo over. Van haastklussen houdt hij niet. Op veertig jaar tijd verschenen er maar dik twintig albums. Daar zitten zowel klassieke avonturen tussen als strips die meer de thriller of science fiction toer opgaan. Walthéry werkte met wel tien verschillende scenaristen. Natasja ziet er na al die tijd gelukkig nog altijd even knap uit.

    Wie? Natasja
    Waar? Jan Bollenstraat, 1020 Laken
    Auteur: François Walthéry
    Uitgeverij: Dupuis / Marsu Productions

  • 41. Guus Slim

    Zoek de stripheld... Het gaat om de kerel die achter het stuur zit van de gele wagen: de detective Guus Slim. Op de passagiersstoel zit Vlinder, bekend om zijn apart gevoel voor humor, in dit geval te herkennen aan de gele hoed en de sigaret. Vlinder is een ex-inbreker die de soms wat hautaine detective met wisselend succes bijstaat. De sfeervolle avonturen zijn opgebouwd rond een spannende plot met de nodige actie, snedige dialogen, een snuif mysterie en humor. Guus Slim loste zijn eerste zaak op in het tijdschrift Spirou in 1956. Maar eigenlijk borduurde Maurice Tillieux (1922 -1978) voort op een personage dat hij eerder voor het voor het weekblad Héroic-Albums tekende: de roodharige, bebrilde journalist Felix. Aan het einde van de jaren zestig laat Tillieux het tekenwerk over aan Gos zodat hij zich nog meer kan toeleggen op het verzinnen van scenario's voor Will (Baard en Kale), Roba (De Sliert), Walthéry (Natasja) en Roger Leloup (Yoko Tsuno). Onder verschillende pseudoniemen bedacht hij de ene strip na de andere. Dat een stoere zeeman de stripmuur domineert, is geen toeval. Tillieux was zeeman maar de Tweede Wereldoorlog smoorde zijn carrière in de kiem. Het grapje met het gevaarsbord dat waarschuwt voor een rechte baan is een beetje macaber. Na ontelbare autocrashes te hebben bedacht en getekend, kwam Tillieux om in een auto-ongeluk.

    Wie? Guus Slim
    Waar? Hoek Thijs Van Hamstraat met de Leopold 1straat, 1020 Laken
    Auteur: Maurice Tillieux
    Uitgeverij: Dupuis

  • 42. De Kiekeboes

    Naar een Vlaming die je niet kan vertellen dat die snorremans achter de camera Marcel Kiekeboe heet, ga je lang mogen zoeken. Héél lang. Zijn vrouw Charlotte showt de kleren van de legendarische fairhostessen van de wereldtentoonstelling die Brussel in 1958 in een nieuw tijdperk katapulteerde. Zoon Konstantinopel speelt voor razende reporter. De babe die in een zwierige jaren- 50-jurk een hoelahoep aan de praat houdt, is de dochter van Marcel. Fanny heeft heeft al veel mannenhoofden op hol gebracht. Bijvoorbeeld toen ze naakt poseerde op de cover van een Vlaams mannenblad. De Kiekeboes is een typevoorbeeld van de Vlaamse familiestrip en geeft qua verkoop zelfs Suske en Wiske het nakijken. Van elk nieuw album gaan er honderdduizend over de toonbank. Een helder verhaal wordt telkens op smaak gebracht met een flinke dosis goedaardige humor. Het regent woordspelingen en persiflages. De serie debuteerde op 15 februari 1977 in de krant Het Laatste Nieuws. In 2004 namen de Gazet van Antwerpen en Het Belang van Limburg over. Om de krant dagelijks van nieuwe stroken te voorzien moet Merho er net als Willy Vandersteen, Marc Sleen en Jef Nys een hels tempo op nahouden. Merho, het alias van Robert Merhottein, tekende zijn eerste Marcel Kiekeboe voor zijn broer, een verwoed poppenkast-speler. Ook kinderen op de laatste rij moesten de pop makkelijk herkennen, vandaar de dikke neus, de grote ogen en de gigantische snor. De half-kale knikker past dan weer perfect in de traditie van Lambik en Nero.

    Wie? Kiekeboe
    Waar? Amerikaans Theater, Dikke Lindelaan 2, 1020 Laken
    Auteur: Merho
    Uitgever: Standaard Uitgeverij

  • 43. Stam & Pilou

    Om deze stripmuur te bewonderen moet je naar het zomerterras van het Het Goudblommeke in Papier. Niet dat dat een straf is. De boegbeelden van het Brusselse surrealisme zoals René Magritte, Louis Scutenaire, Marcel Mariën kwamen er over de vloer en in hun zog vele andere kunstenaars en schrijvers. Verwijzingen naar de kunststromingen die van Het Goudblommeke in Papier een cultureel historisch café maken, zijn verwerkt in de tekening. De stripfiguren zelf komen uit De onvrijwillige avonturen van Stam & Pilou. Het jongetje dat de acrobatie minder onder de knie heeft dan hij zelf dacht, heet Stam. Op zijn hoofd zit buurmeisje Pilou. Ze spelen dolgraag samen. Opa Fons is de derrière van Stam's moeder aan het bestuderen. Hij is niet toevallig postbode op rust en een fervent postzegelverzamelaar. De strip kwam er op vraag van De Post en verscheen in het clubblad van een filatelieclub voor jongeren. Toen de licht en luchtig gehouden verhaaltjes met veel practical jokes en situatiehumor bleken aan te slaan, werden de albums ook op de markt gebracht. Op het bord dat Opa Fons vasthoudt, staat 'Sprekt a mooiertoêl, ARA!' Dat is Brussels dialect voor 'spreek je moedertaal'. Ara is een steunpunt voor het Brussels dialect. Stam & Pilou is een creatie van De Marck en De Wulf, de artiestennamen van de authentieke ketten Marc Daniels en Rik Dewulf.

    Wie? Stam & Pilou
    Waar? Het Goudblommeke in Papier, Cellebroersstraat 53/5
    Auteurs: De Marck en De Wulf
    Uitgeverij: Van Halewyc 

  • 44. Marsupilami

    Marsupilami, de beroemde compagnon van Robbedoes sinds 1952, mocht uiteraard niet ontbreken in het stripparcours. De keuze voor het plaatsen van deze stripmuur viel niet toevallig op de Houba de Strooperlaan. Volgens historici en stripfanaten vond Franquin inspiratie voor de beroemde kreet van Marsupilami toen hij over de laan wandelde. De uitvoering van deze muurschildering werd toevertrouwd aan Farmprod, een collectief van Belgische en Franse artiesten dat al sinds 2003 actief is in Brussel.

    Wie? Marsupilami 
    Waar? Houba de Strooperlaan, 1020 Laken
    Scenarist: Andre Franquin
    Uitgeverij: Marsu Productions

  • 45. Thorgal

    Sinds oktober 2013 sieren Thorgal en zijn vrouw Aaricia het Anneessensplein. Onder zijn krijgshaftige uiterlijk schuilt een liefdevol karakter met een groot gevoel voor rechtvaardigheid en vrijheid en zijn diepste verlangen naar een vredig leven met zijn gezin. Thorgal is in 1977 ontstaan tijdens een ontmoeting tussen Jean van Hamme en Grzegorz Rosinski. Dat was destijds een ongewone samenwerking, omdat een gezamenlijk project van een kunstenaar uit het Oostblok en een kunstenaar uit de vrije wereld in de context van de Koude Oorlog niet voor de hand lag. Deze strip bewijst dat het mogelijk is dat kunst grenzen kan overschrijden die als niet te overschrijden worden beschouwd. De uitvoering van de stripmuur werd toevertrouwd aan Urbana Projects, een Brussels kunstenaarscollectief onder de leiding van Nicolas Moreel.

    Wie? Thorgal
    Waar? Anneessensplein 2, 1000 Brussel
    Tekenaar: Rosinski Grzegorz
    Scenarist: Jean Van Hamme
    Uitgeverij: Le Lombard

  • 46. Bollie & Billie

    Roba inspireerde zich op zijn eigen gezin voor de creatie van Bollie & Billie, respectievelijk zijn zoon en diens hond. Bollie is een jongetje zoals alle andere en Billie, zijn dartele cocker, is zijn beste vriend. Naast Bollie heeft Billie nog een andere grote liefde: Caroline, de schattige schildpad. In een familiale omgeving vol vriendelijkheid en levensvreugde charmeren de kwajongensstreken van Bollie & Billie al tientallen jaren lezers van alle leeftijden. Deze stripmuur werd een eerste keer ingehuldigd in 1992 en gerestaureerd in 2014 na werkzaamheden aan het gebouw.

     

    Waar? Reebokstraat, 1000 Brussel
    Tekenaar: Roba
    Scenarist: Maurice Rosy
    Uitgevers: Dargaud, Dupuis

  • 47. Robbedoes

    De stripmuur van Robbedoes past perfect in de Marollenwijk, waar de brocantewinkels het straatbeeld domineren. Ondanks zijn mooie rode uniform van piccolo dat hij behouden heeft uit zijn beginperiode, is Robbedoes een echte avonturier. Samen met zijn onafscheidelijke metgezellen Kwabbernoot en Spip de eekhoorn bindt hij overal ter wereld de strijd aan met schurken van allerlei aard. Zo bekampt hij de gekke wetenschapper Zorglub en de boosaardige piraat John Helena, neemt hij het op tegen de Italiaanse maffia en de Chinese triades in New York, en ontsluiert hij in Palombië het geheim van een mythisch wezen: de Marsupilami. Een van de grootste striphelden is na 75 jaar nog altijd springlevend! Sinds zijn creatie in 1938 door Rob-Vel hebben Jijé, Franquin, Fournier, Cauvin & Nic, Chaland, Tome & Janry en nog heel wat andere auteurs hun talent geleend om Robbedoes in zijn weekblad en in albumvorm te laten voortleven. Sommige van hen komen zelfs voor op deze muurschildering. Herken je ze?

    Wie? Robbedoes
    Waar? Onze-Lieve-Vrouw-van-Gratiestraat, 1000 Brussel
    Auteurs: Yoann & Velhmann
    Uitgever: Dupuis

  • 48. Froud & Stouf

    Deze humoristische en van Belgitude doordrenkte reeks, die oorspronkelijk voor de televisie werd gecreëerd, is ook in stripvorm verschenen. Froud en Stouf zijn twee blauwe hondjes die filosoferen over het leven. Ze werden bedacht door Frédéric Jannin, auteur van meerdere reeksen waaronder “German en wij”, in samenwerking met Stefan Liberski, Brussels regisseur en schrijver. Ze hebben ook samengewerkt aan de komische tv-serie “Les Snuls” (Les Nuls in het Brussels) voor de zender “Canal+ Belgique”. De stripmuur werd in oktober 2014 vervaardigd en versiert de blinde vensters van een gebouw van drie verdiepingen.

    Wie? Froud & Stouf
    Waar? Maurice Lemonnierlaan 32, 1000 Brussel
    Auteurs: Frédéric Jannin en Stefan Liberski
    Uitgevers: Luc Pire, Dupuis

  • 49. Jommeke (Gil & Jo)

    Deze muurschildering van Art Mural is een origineel project van Sarina Ahmad, de kleindochter van tekenaar Jef Nys. Jommeke beleeft samen met zijn vriend Filiberke, professor Gobelijn en de papegaai Flip talloze avonturen in evenzoveel stripalbums. Verschillende elementen en monumenten uit de wijk werden in deze tekening van 7 meter hoog en 5 meter breed verwerkt.  Zo vinden we er de spoorwegbrug en het nieuwe Bockstaelpark aan Thurn & Taxis in terug.

     

    Wie? Jommeke
    Waar? Lokvogelstraat 3, 1020 Laken
    Auteur: Jef Nys
    Uitgeverij: Ballon Media

  • 50. Steven Sterk

    Steven Sterk is een oersterk jongetje met een gouden hart. Als hij verkouden is, verliest hij zijn krachten.  Hij woont in een gezellig dorpje, dat iets van de Marollen heeft. Hij is bijzonder beleefd en spontaan, en staat altijd klaar om anderen te helpen.  Dat laat deze schildering duidelijk zien: Steven maakt een enorme sprong om een ballon te vangen die op het punt staat de lucht in te gaan.  Deze muurschildering  van 9,5 m hoog en 1,7 m breed is een realisatie van de kunstenaars van Urbana.

     

    Wie? Steven Sterk
    Waar? Hoogstraat 119, 1000 Brussel
    Auteur: Peyo
    Uitgeverij: Le Lombard

  • 51. Leonardo

    Leonardo is een maf genie, een vermakelijke karikatuur van de beroemde Leonardo da Vinci. Hij bedenkt voortdurend geschifte uitvindingen, die hij graag uittest op zijn proefkonijn en leerling. Die droomt op zijn beurt enkel van een rustig leventje. Op de muurschildering draait het brein van de uitvinder alweer op volle toeren.  En hoewel hij geen vrouw met een raadselachtige glimlach schildert, liet Leonardo zich met plezier schilderen op ons sierlijke Justitiepaleis. Net als op de meeste muren op het stripparcours, vinden we ook hierin elementen uit de buurt terug.  De schildering van 5 m hoog en 5,5 m breed is een realisatie van de kunstenaars van Urbana.

    Wie? Leonardo 
    Waar? Kapucijnenstraat, 1000 Brussel
    Scenario: Bob De Groot
    Tekeningen: Turk
    Uitgeverij: Le Lombard

  • 52. Kinky & Cosy

    Kinky & Cosy, hun namen beschrijven perfect de wereld waarin ze hun avonturen beleven. Ze zijn yin en yang, onbevangen en onbevreesd, met een eigenzinnige kijk op de wereld. De meisjestweeling ontstond in de krant De Morgen, om daarna de wereld te veroveren. Vooral in Nederland en Frankrijk gaan er veel stripfans voor de bijl. Niet enkel de Kinky & Cosy albums zijn populair, ook de animatiefilmpjes over de gevaarlijkste tweeling ter wereld vallen in de smaak. Naar het voorbeeld van de absurde Angelsaksische figuurtjes zoals de Simpsons of Beavis & Butthead is de humor van Nix bijtend, ontwapenend en soms ook absurd. Zijn werk is steeds op het scherp van de snede en toont op een intelligente manier een afspiegeling van onze samenleving en haar uitwassen.

    Wie? Kinky & Cosy 
    Waar? Bogaardenstraat 19, 1000 Brussel
    Auteur: Nix
    Uitgeverij: Le Lombard

  • 53. Parchis

    De muurschildering die uitkijkt op het park van Tour & Taxis is het resultaat van een burgerinitiatief van de vereniging Parckfarm dat aan de grondslag lag van nog veel meer participatieve projecten die een nieuwe wind in de buurt deden waaien. De tekening biedt een humoristische kijk op het leven in en rond het park. De typische elementen die de buurt gezellig maken kun je er gemakkelijk op terugvinden: moestuintjes, buurtbewoners die parchis spelen (een Marokkaanse variant op mens-erger-je-niet), een fietser en zelfs de Bockstaelbrug.

    Wie? Parchis 
    Waar? Parckfarm op Tour & Taxis, 1020 Brussel
    Auteur: Peter Willems

  • 54. In My Area (for Kato)

    Deze muurschildering is een originele creatie van Lucy McKenzie die door het urban-art-collectief FarmProd verwezenlijkt werd. Toen de kunstenares in Brussel kwam wonen, raakte ze in de ban van de grote muurschilderingen met stripfiguren die hier net als monumenten deel uitmaken van het stedelijk landschap. Lucy McKenzie hanteert de typische grafische stijl van de duidelijke lijn van het Belgisch stripverhaal en verwerkt er illustraties,  architecturale beelden en iconische figuren in.  Door het repetitieve karakter van de sjablonen waarmee ze haar compositie opbouwt, steekt haar muurschildering sterk af tegen de muurschilderingen van het stripmuurparcours, die doorgaans een vrij letterlijk weergegeven scène of een of meer stripfiguren tonen. Haar werk op deze muur is een unieke samenwerking tussen WIELS en de Stad Brussel.

    Waar? Kartuizersstraat 19, 1000 Brussel

    Tekenaar: Lucy McKenzie

  • Nog meer stripmuren in Brussel

    Het stripparcours van de Stad Brussel is het bekendste en telt de meeste muurschilderingen. Maar ook iets verder van hartje Brussel zijn er in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest stripmuren te ontdekken. Hieronder nog meer stripplezier voor fans en wandelaars!

  • De Ark

    In Elsene, op de hoek van de Elsensesteenweg en de Maesstraat, prijkt sinds verleden jaar een stripmuur van François Schuiten en Alexandre Obolensky met een gigantische pakketboot. De naam ervan is “De Ark”. Het werk illustreert de stad van de toekomst, een duurzame stad op mensenmaat. Atrium Flagey, drager van het project, wilde met deze muurschildering de handelswijk een nieuwe identiteit geven en de levensruimte verfraaien. “De Ark” nodigt uit tot reizen… door de straten en steegjes van Elsene. Het fresco is typerend voor de stijl van François Schuiten: een denkbeeldige, maar hoe dan ook vertrouwde pakketboot. Het schilderij werd in eerste instantie op doek gezet en pas later - in 2013 - tegen de gevel gekleefd. In 2014 krijgt de Ark er een klankspel bij. Wie er langs loopt, kan de nabijliggende QR-code scannen en wordt dan doorverwezen naar een website waar hij of zij, naast bijkomende informatie over de verwezenlijking van de enorme schildering, ook een levensechte soundtrack te horen krijgt met meeuwengekrijs, getoeter van pakketboten en gesprekken van passagiers… Alleen een verkwikkend zeebriesje ontbreekt nog.

    Wie? De Ark van François Schuiten
    Waar? Op de hoek van de Maesstraat en de Elsensesteenweg, 1050 Brussel
    Auteurs: François Schuiten en Alexandre Obolensky

  • De Kat

    Dit is de tweede stripmuur in het Brussels Gewest gewijd aan de humoristische stripreeks “De Kat”. De eerste bevindt zich in de Zuidlaan. Deze muurschildering van bijna 140 meter lang strekt zich uit over de muren van de vroegere brandweerkazerne Geruzet in Etterbeek. Philippe Geluck heeft speciaal voor de gelegenheid een twintigtal nieuwe tekeningen gemaakt. De grappen kunnen in het Frans, Nederlands en Engels worden gelezen. Meerdere thema’s die eigen zijn aan de wijk komen aan bod, zoals Europa en de multiculturele samenleving. Het voornaamste doel van deze stripmuur is de aantrekkelijkheid van de Kazernewijk en zijn winkels te vergroten.

    Wie? De Kat
    Waar? Hoek Generaal Jacqueslaan en Waversesteenweg, 1040 Brussel
    Auteur: Philippe Geluck
    Uitgever: Casterman

  • Yakari

    De jonge Sioux Yakari is een creatie van Claude de Ribaupierre (Derib), die in augustus 1944 in Zwitserland het levenslicht zag. In 1966 ontsproot uit zijn passie voor Indianenverhalen Yakari, die met dieren kan praten en inmiddels al tientallen avonturen beleefde. De stripmuur dateert uit 2009.

    Waar? Dethystraat 25, 1060 Sint-Gillis
    Tekenaar: Derib
    Scenarist: Job
    Uitgeverij: Le Lombard

  • Vrouwen in 't Wit

    Raoul Cauvin - geboren in Antoing in september 1938 - creëerde voor uitgeverij Dupuis onder andere de Blauwbloezen en  Agent 212. In 1986 volgde met de Vrouwen in 't Wit een nieuwe humoristische stripreeks over wat verpleegsters in ziekenhuizen zoal meemaken. De stripmuur rond deze reeks is een samenwerking van de studenten van Kotlib Alma en Art Mural, dat de studenten begeleidde bij het werken aan de stripmuur.

    Waar? Vècquéeplein - 1200 Brussel
    Tekenaar: Philippe Bercovici
    Scenarist: Raoul Cauvin
    Uitgeverij: Dupuis

  • De Luipaardvrouw

    'De luipaardvrouw' is met een oppervlakte van 120 m² een van de grootste muurschilderingen hier.  De inspiratie komt uit een dubbele pagina van het Robbedoes-album 'Robbedoes en de Luipaardvrouw'.  De nachtelijke scène toont hoe de luipaardvrouw door vreemde wezens wordt opgejaagd en over de daken vlucht. Later vindt ze onderdak op de zolderkamer van Kolonel Van Praag (een oud, opvliegend mannetje) in het Moustic Hotel. Wie wil weten hoe het afloopt, moet het album lezen!

     

    Wie? De Luipaardvrouw
    Waar? Kruisstraat 9, 1050 Elsene
    Scenario: Yann
    Tekeningen: Schwartz
    Uitgeverij: Dupuis

  • Koffiekleurtje Café (2013) en La Bambina Magritta (2015)

    Vzw Art-Mural, uitgeverij Sandawe en het tijdschrift 64_Page lanceerden in 2013 een project rond Europese stripmuren in alle uithoeken van het gewest. De eerste tekening op dat parcours is te zien in de gemeente Sint-Joost.  Ze werd bedacht door de  Brusselse tekenares Judith Vanistendael en kreeg de titel 'Koffiekleurtje'.  In oktober 2015 werd een tweede schildering onthuld: 'La Bambina Magritta', van Vanna Vicci (Sardinië). Die muurschildering brengt hulde aan de beroemde Brusselse kunstenaar Magritte, het boegbeeld van de surrealistische beweging.  De locatie van de fresco werd niet toevallig gekozen: tegenover de Permanente Vertegenwoordiging van Italië bij de Europese Unie.  Het is de bedoeling om de 28 EU-landen daar voor te stellen. 

    Wie? Koffiekleurtje / Waar? Sint-Joostplein, 1210 Sint-Joost-ten-Node / Auteur: Judith Vanistendael
    Wie? La Bambina Magritta / Waar? Hamerstraat 6, 1210 Sint-Joost-ten-Node / Auteur: Vana Vicci