De Tweede Wereldoorlog en de bevrijding van Brussel

De Tweede Wereldoorlog en de bevrijding van Brussel

Net als heel België heeft Brussel geleden onder de bezetting en de verschrikkingen van de oorlog. Bezetting, verzet, collaboratie, vele zorgen en uiteindelijk opluchting na de bevrijding in september door de geallieerde troepen. In 2019 en 2020 wil Brussel vooral de bevrijding en de vreugde die erop volgde vieren.

  • Een bezet land

    Op 10 mei 1940 begon het Duitse leger met de Belgische invasie en veroverde het de meeste forten aan het Albertkanaal (dat Luik en Antwerpen met elkaar verbond). Na 18 dagen vechten gaf het Belgische leger zich over via koning Leopold III.

    Het bezette Belgische grondgebied had te lijden onder de gevolgen van de aanwezigheid van de vijand: economische plunderingen, rantsoenering en allerlei beperkingen, meer bepaald voedselbeperkingen, verplichte arbeid (eerst in België en vervolgens in Duitsland), invallen bij joden, enz.

  • De oorlog in Brussel

    Omdat de hoofdstad niet gelegen was op de frontlinie, vonden er hier geen gevechten plaats. Door het statuut van deze stad werd het al snel het hoofdkwartier van de "Militärverwaltung in Belgien und Nordfrankreich", of "Militair bestuur van België en Noord-Frankrijk", onder leiding van generaal von Falkenhausen. In België kozen de Duitsers voor de oplossing om het lokale bestuur onder toezicht van een militair gezag te houden. Na verloop van tijd zullen individuen die volgzaam zijn ten opzichte van de vijand worden toegelaten als medewerkers in het bestuur.

    De liberaal Joseph Vandemeulebroeck, die in 1939 de roemruchte burgemeester Adolphe Max opvolgde, werd uit zijn functie ontheven omdat hij te vaderlandslievend was naar de smaak van de vijand. Hij werd een tijdje naar Duitsland gedeporteerd en vervangen door Jules Coelst, maar in 1942 bracht de bezetter de 19 gemeenten samen onder dezelfde administratieve eenheid ("Groot-Brussel") en plaatste hij de collaborateur Jean Grauls aan het hoofd.

  • Verzet vs. collaboratie

    Trouw aan hun reputatie organiseerden de Brusselaars het verzet. Zo werd in Schaarbeek het “Onafhankelijkheidsfront” opgericht, dat duizend mensen verenigde die op verschillende manieren actief waren – samenstelling van gestructureerde en gewapende milities die klaar waren om op te treden tijdens de bevrijding, psychologische impact via graffiti en het drukken van pamfletten en kranten (zie in het bijzonder de humoristische "valse Soir" van 9 november 1943), de productie van valse documenten, de oprichting van een zeer efficiënte inlichtingendienst, sabotage, de executie van collaborateurs, enz.

    Daarentegen infiltreert de collaboratie in een reeks politieke bewegingen en partijen: de Nieuwe Orde (hervorming van politiek en maatschappij vanuit een rechts en autoritair perspectief), de Vlaamsch Nationaal Verbond (VNV-partij), rexisme, enz.

    De bevrijding van Brussel vond plaats op de avond van zondag 3 september 1944, dankzij de komst van Britse troepen, geflankeerd door een Belgisch korps, en de Brigade Piron, bekend van hun deelname aan de landingen in Normandië. De troepen arriveerden via de Bergensesteenweg en de Ninoofsepoort en marcheerden door Brussel, in een sfeer van algemene euforie, die gedeeld werd door de vele toeschouwers.

    Aan de bevrijding gingen uiteraard een aantal moeilijke momenten vooraf, zoals de geallieerde bombardementen op cruciale plaatsen (bv. het opleidingsstation van Schaarbeek) of de brandstichting in het Justitiepaleis door de Duitsers om sporen en getuigenissen te verwijderen.