De European Thrombosis and Haemostasis Alliance (ETHA) in Brussel

Thomas Reiser is een deskundige op het gebied van het beheer van verenigingen met meer dan 20 jaar ervaring in het leiden en strategisch ontwikkelen van internationale en grote continentale beroepsverenigingen in Europa en de VS.

Hij heeft meer dan 10 internationale medische verenigingen geleid, waarbij hij wereldwijd verantwoordelijk was voor strategie, fondsenwerving, programma's en activiteiten.

Hoe partnerschappen de impact kunnen vergroten

De European Thrombosis and Haemostasis Alliance (ETHA), die eind vorig jaar officieel van start ging, is opgericht om te pleiten voor meer bewustzijn omtrent en aandacht voor trombose en hemostase in de programma’s van de Europese Unie op het gebied van patiëntveiligheid en onderzoek.

Dit initiatief van de International Society on Thrombosis and Haemostasis (ISTH) is een voorbeeld dat duidelijk laat zien hoe internationale organisaties hun Europese - en zelfs mondiale - voetafdruk kunnen uitbreiden door een meer formele aanwezigheid te hebben in een hub voor verenigingen als Brussel.

Tijdens onze tweede termijn bij de Global Association Hubs Partnership (GAHP) legt Thomas Reiser, uitvoerend directeur van ISTH, uit waarom er geen betere plaats - en geen beter moment - is om van start te gaan met ETHA.

Hoe is de European Thrombosis and Haemostasis Alliance in eerste instantie ontstaan?

De European Thrombosis and Haemostasis Alliance bestaat momenteel uit 21 Europese nationale, regionale en gespecialiseerde verenigingen die actief zijn op het gebied van trombotische aandoeningen en bloedingsstoornissen.

ETHA kwam voort uit een behoefte van de trombose- en hemostasegemeenschap in de EU om met één stem te spreken om het vakgebied te vertegenwoordigen, aanbevelingen te doen met betrekking tot de financiering van EU-onderzoeksprogramma’s en om het delen en aannemen van beste praktijken voor de behandeling en preventie van trombose en bloedingsstoornissen in de verschillende EU-lidstaten aan te moedigen.

De impuls ontstond naar aanleiding van een recente strategische planningsoefening van ISTH. Hierin werd geconcludeerd dat het noodzakelijk was dat ISTH nauwer samenwerkt met nationale en regionale organisaties wereldwijd - en hun inspanningen ondersteunt - niet alleen met betrekking tot wetenschappelijke vraagstukken, maar ook om het bewustzijn omtrent bloedings- en stollingsstoornissen en hun impact op de volksgezondheid, het algemene publiek en beleidsmakers te vergroten.

U bent de alliantie als internationale vereniging gestart. Ziet u dit als een groeistrategie?

Anders dan het geval is op andere medische en wetenschappelijke vakgebieden, bestaat er voor trombose en hemostase nog geen Europese organisatie. Dit komt waarschijnlijk doordat het ISTH in Europa wat activiteiten, leden en leiders betreft een grote “aanwezigheid” heeft, maar we (nog) niet permanent fysiek in de EU aanwezig zijn.

Daarnaast zijn wij bij het ISTH altijd op zoek naar partnerschappen. De afgelopen decennia hebben we sterke samenwerkingsverbanden opgezet met meer dan 100 nationale trombose- en hemostaseverenigingen wereldwijd. Het was voor ons dus een natuurlijke stap om, na onze Europese zusterverenigingen te hebben geraadpleegd, het initiatief te nemen voor de alliantie. ISTH speelt een belangrijke rol in de alliantie, maar het is voor ons enorm belangrijk dat we de koers niet unilateraal bepalen. We werken samen met de aangesloten organisaties om de strategie, doelstellingen en tactieken vast te stellen.

De alliantie zelf is niet per definitie bedoeld als groeistrategie voor ISTH, maar zal de positie van ISTH in Europa wel versterken en waarde toevoegen aan de partnerschappen met onze zusterorganisaties.

Bent u van mening dat dit soort regionale federaties van zusterverenigingen een model vormen dat geschikt is voor internationale verenigingen als de uwe?

Als organisaties samenwerken met op elkaar afgestemde doelstellingen is dat (bijna) altijd beter dan wanneer zij afzonderlijk iets proberen te bereiken. Als het specifiek gaat om de beïnvloeding van beleid, de volksgezondheid enz. zal de mogelijke en meest geschikte opzet van een dergelijke samenwerking per organisatie of vakgebied verschillen.

Ook moet worden bepaald welk governancemodel precies zal worden toegepast. Voor ETHA hebben we specifiek gekozen voor een informeler alliantiemodel, maar in beginsel komt het erop neer dat verschillende organisaties hun neuzen dezelfde kant op zetten om gezamenlijke doelstellingen te realiseren. En daar zich de kracht in.

Heeft het u geholpen dat u Brussel, waar u hebt gewoond en gewerkt, en Washington DC, waar u nu woont en werkt, al kende, aangezien het beide hubs voor verenigingen zijn?

Het was zeker buitengewoon nuttig om goed te begrijpen hoe de EU en “Brussel” werken. Maar het heeft mij (als Europeaan) ook geholpen om een duidelijke(re) koers uit te stippelen voor de benadering van dit project vanuit een beleidsoogpunt en om de beste vormen van samenwerking te kiezen.

We begon met de klassieke aanpak: we voerden, voordat we ons volledig op dit project stortten, een beleidsevaluatie uit en brachten de belanghebbenden in kaart om de huidige situatie en de kansen te bepalen. We wilden zeker weten dat er echt behoefte bestond aan een dergelijke alliantie en of er kansen lagen. Zodra we dat hadden bepaald, namen we contact op met onze Europese zusterorganisaties om hun interesse te peilen. Het hielp ontzettend dat we onze bestaande contacten konden benutten om raakvlakken te identificeren. Alles ging daardoor vrij eenvoudig en snel.

De Europese Unie en de VS zijn twee van de grootste eengemaakte markten waar verenigingen welkom zijn en worden aangemoedigd om deel te nemen aan de publieke dialoog om bij te dragen aan de beste oplossingen voor de maatschappij en het bedrijfsleven. Hierdoor kunnen verenigingen aanzienlijke invloed uitoefenen in hun respectieve hoofdsteden, Brussel en Washington DC. Dit zijn natuurlijke hubs waar organisaties actief kunnen en moeten zijn en - indien dat nodig is - ook aanwezigheid moeten hebben.

Om een impact te kunnen garanderen, moet hard worden gewerkt en zijn geduld en doorzettingsvermogen nodig. Organisaties met een lokale aanwezigheid beschikken over meer informatie en betere toegang en kunnen relaties opbouwen en snel reageren als er zich kansen voordoen. Steden als Brussel en Washington DC kunnen organisaties een kader bieden waarbinnen zij probleemloos en doeltreffend zaken kunnen doen (door verenigingen hub-infrastructuur te verschaffen en toegang te bieden tot de netwerken van andere organisaties, het registratieproces te vergemakkelijken enz.).

Zo worden de barrières om activiteiten op te zetten en uit te voeren lager. Hierdoor zullen organisaties zeker sneller een aanwezigheid in deze steden overwegen. Zo kunnen ze namelijk hun energie richten op het belangrijke en goede werk dat ze doen in plaats van te worstelen met bureaucratische rompslomp.

Bent u geconfronteerd met uitdagingen?

De grootste uitdaging was - en is - dat dit een project voor de lange termijn is. De resultaten zullen pas over een paar jaar zichtbaar zijn. We investeren financiële en personele middelen, en onze toegewijde ETHA-leden stoppen er ook heel veel tijd in, en dat kan soms een uitdaging zijn, met name wanneer je resultaten wilt zien om die aanzienlijke investeringen te kunnen rechtvaardigen.

Maar uiteindelijk zal het allemaal de moeite waard zijn als we onze doelen kunnen realiseren. En we zijn ervan overtuigd dat dat gaat lukken. Het zal een aanzienlijke impact hebben binnen ons vakgebied en voor Europa, in economisch en sociaal opzicht en voor de gezondheid en het welzijn van de burgers.

 

Bron: Website Global Association Hubs

Thomas Reiser (uitvoerend directeur, International Society on Thrombosis and Haemostasis (ISTH)) wordt geïnterviewd door Rémi Dévé van Boardroom magazine, de ultieme informatiebron voor verenigingenwww.boardroom.global