Een Europese première, een urban farm in Brussel: FERME ABATTOIR

De grootste Europese ‘urban’ boerderij opende onlangs haar deuren in Brussel, meerbepaald in de buurt van het Zuidstation en de slachthuizen van Anderlecht. Ferme Abattoir beschikt over een oppervlakte van 4.000 m2. Dat is  een Europese première. Het project heeft de ambitie om betere gewassen te telen, opdat de stadsbewoners in de toekomst gezonder zullen eten en leven.

Ferme Abattoir: duurzaamheid eerst

Ferme Abattoir bevindt zich op het dak van de Foodmet, een volkse foodmarket in Anderlecht, waar elke week zo’n 100.000 bezoekers naartoe komen. De dakboerderij strekt zich uit over een totale oppervlakte van 4.000 m2 en brengt een serre, een viskwekerij en een moestuin samen onder één dak. Het project wil een antwoord bieden op de vraag van de consument naar meer gezondere, lokale en duurzame voeding. Alle gewassen worden op een ecologische en duurzame manier geteeld, zonder gebruik van chemicaliën.

Het is geen toeval dat de boerderij zich op het dak van het gebouw bevindt. Steden van nu gaan op zoek naar een manier om hun beschikbare oppervlakte te optimaliseren, op energiekosten te besparen, hun CO2-uitstoot te verkleinen en hun regenwater optimaal te hergebruiken. Met Ferme Abattoir toont een dichtbevolkte stad als Brussel dat het toch mogelijk is om als grootstad deel te nemen aan de circulaire economie. Op de boerderij wordt gezonde, lokale kwaliteitsvoeding geproduceerd op een transparante manier, en dit in hartje Brussel. Bij het telen en kweken wordt rekening gehouden met alle aspecten van het duurzaamheidsbeleid, zoals energie, water, luchtkwaliteit, biodiversiteit, herkomstbronnen, tewerkstelling en vastgoed.

Aquaponics: zero waste

De serre van de dakboerderij, die zich over een oppervlakte van 2.000 m2 uitstrekt, combineert hydroponica en aquacultuur voor het telen van groenten en kweken van vis. Er wordt gebruik gemaakt van twee gesloten recirculatiesystemen die de groenten en vissen met elkaar verbinden door middel van een biologisch filter. De filter voorziet biljoenen micro-organismen, die het viswater filteren en zuiveren, zodat het op zijn beurt kan worden ingezet voor de voeding van de teelten in de serre en de buitentuin. Alles gebeurt op een ecologische manier, zonder enig gebruik van antibiotica of pesticiden, en onder optimale kwaliteits- en veiligheidsvoorwaarden. De aquacultuur brengt jaarlijks zo’n 35 ton aan gestreepte baars op, een vrij gekende vissoort die sterk op zeebaars lijkt en goed te kweken is in gezuiverd water.

De serre voorziet in kruiden, tomaten en microgroenten zoals bieslook, bonenscheuten, radijs, mosterdplantjes, shiso en bloedzuring. Opnieuw komen er hier geen chemicaliën of pesticiden aan te pas. Alle meststoffen zijn op basis van biologische grondstoffen gemaakt en de boerderijbijtjes zorgen voor de biologische bestuiving. Het gaat allerminst om massaproductie. De dakboerderij specialiseert in unieke soorten en kleine volumes die op kleine schaal worden verdeeld.

Het combineren van vis en groenten betekent dat er fiks op water bespaard kan worden, maar dat er ook minder energie verbruikt wordt, dat er lagere vervoerskosten zijn en er directe en indirecte tewerkstelling aan het project kan worden gekoppeld.

Een buitentuin met zicht op de stad

Naast de serre en de visvijvers bevindt zich de buitentuin van de dakboerderij. Op dit moment strekt deze zich uit over 700 m2, maar in de toekomst zal de volledige 2.000 m2 benut worden. Door het microklimaat op het dak is het de ideale plek om sla, groenten en fruit, zoals bosvruchten en stekenbezen, te telen,

Think local

Ferme Abattoir verkoopt haar producten enkel aan retailers, e-commerces en onlinewinkels, restaurants en cateraars uit Brussel en omstreken. Op deze manier hoopt men de burgers via lokaal voedsel weer met elkaar te verbinden en de consumenten de mogelijkheid te bieden te weten waar hun voedsel vandaan komt.

Van Brussels tot Europa

De groep achter het Ferme Abattoir-initiatief is BIGH, een Europese pionier die begaan is met urban agricultuur en op een intensieve manier met zero waste het jaar rond voedsel aanbiedt. De groep slaagde erin om 4,3 miljoen euro te verzamelen, van verschillende private en openbare investeerders. De initiatiefnemers mikken ook hoger: ze kijken nu al uit naar andere boerderijen met als doel een netwerk uit te bouwen in alle belangrijke Europese steden.

Betere gewassen, beter voedsel

Urban farms zijn maar één voorbeeld van urban agricultuur, maar je ziet ook andere vormen van urban farming verschijnen in het straatbeeld, zoals  gemeenschapstuinen, volkstuintjes en boomgaarden. Met haar Good Food Strategy ondersteunt het gewest op een actieve manier de ongebruikte plekken in de stad en doet ze deze heropleven. Een van haar doelstellingen is om tegen 2035 ervoor te zorgen dat de agricultuur in het stadscentrum en de omliggende wijken 30% van de onbewerkte fruit- en groentenconsumptie voor de Brusselse bevolking voorbrengt.

In de toekomst zullen urban farms een belangrijke rol spelen bij het halen van deze doelstelling. Zij vernieuwen de traditionele manier van verbouwen door meer teelten op kleinere oppervlakten te realiseren en tegemoet te komen aan de vraag van de consument naar lokaal, gezond voedsel. Zo krijgt de economie ook een boost. Urban farming is de toekomst en Brussel zet er zijn schouders onder!