Toots een icoon van de Brusselse jazzscene

In de persoon van Toots Thielemans had Brussel een levende jazzlegende als ambassadeur.

Het adjectief "levende jazzlegende" past perfect bij Toots. Toen hij zijn muziekcarrière begon, was er nog geen sprake van bebop, moesten free en fusion nog uitgevonden worden en had niemand er een idee van dat elektronica voor een nieuwe zijsprong van de jazz zou zorgen. Toots maakte het allemaal mee en overleefde als muzikant elke radicale vernieuwing.

Als kleine "ket" bouwde hij al meteen een hele reputatie op als accordeonist in het café van zijn ouders, Trapken Af in de Hoogstraat nummer 241. Het is hier dat Jean-Baptiste Thielemans geboren werd op 29 april 1922. Een groot deel van zijn jeugd bracht Thielemans weliswaar door in Sint-Jans-Molenbeek naar waar zijn ouders ondertussen verhuisd waren maar hij blijft zich tot de dag van vandaag beschouwen als een echte Marollien.

  • Muziek was geen prioriteit ten huize Thielemans, althans niet voor de vader van Toots want hij wilde dat zijn zoon ging studeren. De aandacht van de jonge kerel ging echter meer uit naar de fonograaf die thuis stond. Dat was ook zijn leerschool: meespelen met de platen die hij kocht met zijn spaarcentjes. De accordeon had hij ondertussen aan de kant gezet en vervangen door een mondharmonica. Over zijn "mondmuziekske" zeiden heel veel muzikanten in het begin smalend "Jette ce jouet". Gelukkig zette hij door en waren er die hierin geloofden, zoals Clifford Brown die jaren later zei: "Toots, the way you play harmonica they should not call it a miscellaneous instrument (de categorie in het Amerikaanse jazzblad Downbeat waar Toots in de jaarlijkse poll een vaste plaats heeft op nummer 1).

  • Ondertussen had hij tevens leren gitaar spelen, opnieuw als autodidact en geïnspireerd door onder andere Django Reinhardt. Hij had ook een heuse artiestennaam: Toots, naar de twee muzikanten die bij het orkest van Benny Goodman speelden (Toots Camarata (trompet) en Toots Mondello (sax)). Aanvankelijk speelde Toots populaire lichte muziek tot hij begin jaren veertig een plaat hoorde van Louis Armstrong and The Mills Brothers. Sindsdien had hij de jazzmicrobe definitief te pakken. In 1947 nodigde zijn nonkel hem uit om mee op vakantie te gaan naar Amerika en toen was het hek helemaal van de dam.

  • Begin jaren vijftig trok Toots naar Amerika om er zijn kans te wagen. Dat was de start van alles. Zoals bijna alle debuterende muzikanten zag ook hij zwarte sneeuw. Maar hij was wel de juiste man op de juiste plaats toen George Shearing een gitarist nodig had. Het werd een tournee van zes jaar. Toots ontmoette en speelde met alle iconen uit de jazzgeschiedenis waaronder Lester Young, de orkestleden van Count Basie en Billie Holiday. 

  • Voordien had Benny Goodman hem ook al ingehuurd voor zijn tournee door Europa. Dat was allemaal als gitarist want het was pas aan het einde van de jaren vijftig dat hij meer en meer zijn mondharmonica als volwaardig instrument ging gebruiken. In 1962 was het dan raak met 'Bluesette'. Een ogenschijnlijk simpele melodie maar met als gimmick het unisono fluiten erbij. Sindsdien staat Toots aan de top en is hij er nooit meer verdwenen. De lijst van muzikanten met wie hij werkte is een weerspiegeling van de jazzgeschiedenis maar ook een deel van de pophistorie want artiesten als Billy Joel en Paul Simon deden eveneens beroep op zijn diensten. Daarnaast zijn er nog de vele soundtracks waar hij op te horen is waaronder 'Midnight Cowboy', 'The Getaway', 'Turks Fruit', 'Dunderklumpen' en 'Jean de Florette'.

  • Na Amerika en via omwegen langs Zweden en Nederland kreeg Toots pas later erkenning in eigen land want ook voor hem gold aanvankelijk "geen sant in eigen land'. Ondertussen is dat gelukkig veranderd en werd hij zelfs baron en doctor honoris causa van de VUB/ULB. In de Brusselse gemeente Vorst kreeg hij een eigen straat. En sinds 1986 is hij peter van het Brosella Folk & Jazz festival dat elk jaar plaatsheeft aan de voet van het Atomium.

    Ook al was hij negentig, bleef Toots  goed op de hoogte van het huidige reilen en zeilen in de jazz. Zo nodigde hij nog regelmatig jonge muzikanten uit als begeleiders en had hij zijn iPod en iPad steeds in de onmiddellijke buurt om nieuwe dingen te ontdekken. "Nooit over je geboortejaar praten en je altijd als een tiener blijven voelen" was zijn leuze. We wensen Toots een goede reis !