Pavol Breslik

10/03/2018 - 10/03/2018

“Als een vreemde kwam ik toe, als een vreemde trek ik er weer op uit… De liefde bemint het dwalen – God heeft haar zo gemaakt.” Vanaf ‘Gute Nacht’, het eerste lied van Winterreise, horen we de hevige beroering van een reiziger die met een verscheurd hart door de winterkou dwaalt. Winterreise is een van de laatste cycli die Schubert componeerde – in 1827 – en meteen een van zijn meest aangrijpende. De cyclus toont Schuberts muzikale taal in zijn volle rijpheid. De componist woonde op dat moment in Wenen, eenzaam en in de greep van een ziekte die hem een jaar later zou vellen. Onlangs begeesterde de Slovaakse tenor Pavol Breslik in samenspel met pianovirtuoos Amir Katz het Muntpubliek in een bij uitstek romantisch recital met muziek van Dvorák, Liszt en Schumann. Nu leent Breslik zijn stem aan Schuberts afscheidslied, aan deze ‘winterreis’ met zijn schemerige romantiek. Op het risico af zich de woorden van de dichter eigen te maken: “Een weg moet ik nemen, waarvan nog niemand terugkeerde.”

Praktische info