Brussels Museum van de Molen en de Voeding

De windmolen van Evere werd in 1841 gebouwd zodat de boeren uit de omgeving er hun graan konden laten malen. De molen onderging verschillende wijzigingen en kende in de loop der jaren uiteenlopende bestemmingen. In 1853 werd in de molen een stoommachine geïnstalleerd om de activiteiten los van de weersomstandigheden te kunnen voortzetten. Uiteindelijk werden de houten wieken, die hun functie waren verloren, verwijderd. In 1887 en 1904 werden twee nieuwe bijgebouwen aan de molen toegevoegd waarin de cilindermolens en een opslagplaats werden ondergebracht. De molen moest zijn activiteit staken in 1911 omdat hij niet meer kon concurreren met de grote maalderijen van Willebroek. De gebouwen werden nadien gebruikt voor diverse andere, lokale industriële activiteiten zoals een fabriek van thermosifons, een leerlooierij, een onderneming van kleine houtmachines en een fabriek die darmen maakte voor slagerijen. In de jaren 1930 bracht Oscar Tausig er zijn kruidenfabriek in onder, die er tot 1983 bleef. De kegelvormige molen van Evere evenals de tuin en de geplaveide weg in het park werden in 1990 beschermd en in 1998 door de gemeente Evere aangekocht. In 2008 werd het Brussels Museum van de Molen en de Voeding in het gerestaureerde gebouw ondergebracht. De benedenverdieping bevat nog maalmachines die gediend hebben voor het malen van kruiden, reinigingsmachines, cilindermolens en zeven. Ze vormen een voorsmaakje voor de ontdekking van de geschiedenis van het maalbedrijf in de permanente zaal, gaande van de prehistorische pletsteen tot de continue cirkelvormige beweging. (B 20/12/1990)

Rondleidingen zaterdag en zondag om 14u30 en 16u30. Reserveren verplicht op het nummer 02/245.37.79 of per mail (mbma-bmmv@evere.brussels). Maximaal 15 personen per vertrek.
Tentoonstelling over de geschiedenis van het gebouw vanaf de bouw van de molen.

Praktische info