Gehucht Roodebeek

22
Gehucht Roodebeek

Het gehucht Roodebeek behield lange tijd zijn landelijke uitzicht. Zonder eigen parochiekerk bleef het beperkt tot enkele boerderijen, waaronder het Hof ter Cauwerschueren, dat teruggaat tot de 14de eeuw. Zoals de andere landbouwbedrijven lag ook deze boerderij naast de Roodebeek, waarvan men achteraan in het park nog een deel van de opgedroogde bedding kan herkennen. De abdij van Vorst bezat hier destijds een uitgestrekt domein met weiden en akkers die zich uitstrekten tot Evere en het Linthoutbos. In de 18de eeuw bezat ook het Brusselse Jezuïetenklooster gronden in het gehucht Roodebeek. In 1778 kocht de eigenaar van het Maloukasteel een deel van de gronden van het klooster over (die de kern vormen van het latere Roodebeekpark) en verpachtte deze aan een landbouwer. Hij baatte ze op zijn beurt uit als zand- en steengroeve wat zijn sporen naliet op het reliëf van deze plek. Deze gronden werden vervolgens opgesplitst in twee eigendommen (de ene van verzamelaar Emile Devos en de andere van schilder Constant Montald), maar nadien door de gemeente weer samengevoegd tot een park dat in 1948 voor het publiek werd opengesteld. Het gehucht Roodebeek werd pas omstreeks 1890 bebouwd, toen arbeiders die in de baksteenbakkerijen van Tomberg werkten er zich kwamen vestigen. In 1914 had het gehucht al een tramverbinding, vanaf 1925 een school en in 1938 een kerk. De Roodebeek verdween in 1950 met de aanleg van een rioolcollector, maar de resterende groene hoekjes herinneren nog aan het landelijke karakter van weleer.

Praktische info

  • 1200 Brussel
    • M
      Tomberg
    • B
      Heilige-Familie
    • B
      Verheyleweghen
    • B
      Andromeda