Grote Markt

De gebouwen op de Grote Markt, die op de Werelderfgoedlijst van de Unesco is geplaatst, gaan terug tot de 15de eeuw. Eerst werden de hallen en enkele gildehuizen gebouwd, daarna begon men met het Stadhuis om het politieke gezag te verankeren op deze handelsplaats. De Grote Markt werd in 1695 bijna totaal verwoest na een drie dagen durend bombardement door het Franse leger, maar verrees als een feniks uit zijn as. In minder dan vijf jaar werd het hele plein herbouwd. Ook later vonden nog diverse transformaties plaats. Daardoor treffen we hier vier bouwstijlen naast en zelfs door elkaar aan: gotiek, barok, neoclassicisme en neogotiek. De toren van het Stadhuis is ongeveer 96 meter hoog.

Geschiedenis van de Grote Markt

Op de Grote Markt speelden zich veel historische gebeurtenissen af. Een kort overzicht:

1523: de Inquisitie zet Hendrik Voes en Jan Van Essen, de eerste protestantse martelaren, er op de brandstapel
1563: de graven Egmont en Hoorn worden er onthoofd augustus
1695: Brussel wordt aangevallen tijdens de Oorlog van de Liga van Augsburg (Negenjarige oorlog). De Franse troepen, geleid door maarschalk De Villeroy, vernielen tijdens een bombardement de meeste huizen op de Grote Markt, waarvan nog enkele in hout. Enkel de voorgevel en de toren van het Stadhuis, het doel van de beschietingen, en enkele stenen muren bleven overeind tussen de brandende kanonsballen. De verschillende gilden bouwden de huizen snel weer op, in steen deze keer. Daarbij ook het huis van de Brouwersgilde, dat nu het Brouwersmuseum herbergt.