Jubelpark

Het park, dat aanvankelijk een oppervlakte van 12 ha bestreek, werd aangelegd in het kader van de grote uitbreidings- en verfraaiingsprojecten van Brussel die onder leiding van koning Leopold II werden uitgestippeld door Victor Besme. Het bevond zich op de plaats van het Linthoutplateau, dat toen als oefenterrein werd gebruikt door het leger. In 1888 besliste de Stad om de aanpalende braakliggende terreinen te annexeren en zo de oppervlakte uit te breiden tot 30 ha. Het geheel werd getekend door Gédéon Bordiau en bestond uit een bloementuin in Franse stijl vlakbij de gebouwen en een tuin in Engelse stijl voor de zijdelingse delen. Het voormalige kerkhof van de Leopoldwijk, het Ter Kamerenbos en het Zoniënwoud leverden destijds de bomen die in het park werden geplant, namelijk iepen, esdoorns en linden. Hoewel het Jubelpark tijdens de Eerste Wereldoorlog als moestuin werd gebruikt, heeft het sinds zijn aanleg geen grote veranderingen ondergaan. Het is de enige groene ruimte in Beaux-Artsstijl van Brussel. Er bevindt zich een aantal opmerkelijke bomen zoals een hartbladige els, een valse christusdoorn en een moseik. Het park vormt een voortreffelijk groenscherm voor het imposante complex dat uit de grond rees naar aanleiding van de vijftigste verjaardag van België en waarin tegenwoordig de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, het Koninklijk Museum van het Leger en de Krijgsgeschiedenis en Autoworld zijn ondergebracht. (B 29/06/1984)

Praktische info