Riolenmuseum

Zet eens een bezoek aan de Brusselse riolen en het Riolenmuseum op het programma van een uitstap in Brussel! Apart, ongewoon en onverwacht, maar vooral interessant en allesbehalve saai is zo’n afdaling in ondergronds Brussel, begeleid door ervaren stadsgidsen of (voormalige) rioolwerkers.
Riolen zijn levensnoodzakelijk geworden voor onze manier van leven, vandaar dat we ons maar moeilijk kunnen voorstellen hoe het eraan toeging toen ze nog niet bestonden. Een bezoek aan het Riolenmuseum (en een echte riool!) is dan ook verrassend, ongewoon en ongemeen boeiend.
In de 17de eeuw werd in Brussel een eerste riolennet in gebruik genomen. Dat bleef nog erg beperkt en het overgrote deel van het afvalwater vond nog altijd zijn weg naar die ene Brusselse rivier, de Zenne. Die voerde dan ook een smurrie van afval, viezigheid en zelfs dierenkadavers de hele stad door. Als de Zenne bij overvloedige regen overstroomde of in volle zomer opdroogde in de zomer, zorgde dat natuurlijk voor weinig aangename geurtjes...
Gedeeltelijk omwille van die overlast besloot de overheid in de tweede helft van de 19de eeuw om een overwelving aan te brengen boven de Zenne en grote boulevards aan te leggen in plaats van de vieze en slordige steegjes. Later werd tussen de twee Wereldoorlogen nog een tweede keer ingegrepen: een deel van de Zenne werd verlegd en er werden nog meer overwelvingen aangebracht.
Langzamerhand verbeterde en vergrootte het riolennet, van 45 km in 1847 naar de huidige 350 km riool, die zowel afval- als regenwater afvoert.
Naast een bezoek aan de riolen zelf levert dit in1988 opgerichte museum een schat aan boeiende en interessante informatie op over alle aspecten van riolen, rioolwater en de mensen die ze – vaak in gevaarlijke en altijd in onaangename omstandigheden - onderhouden. Leuk: de ingang van het museum is gehuisvest in een van de twee octrooipaviljoenen aan de Anderlechtse Poort, waar vroeger tol werd geheven op goederen die in de stad werden binnengebracht.

Koop uw Brussels Card

Praktische info