Zoniënwoud

Het Zoniënwoud, dat op het grondgebied van de drie gewesten ligt en gezamenlijk beheerd wordt, vormt een uitzonderlijke groene ruimte, ingeschreven, sinds 7 juli 2017 op de lijst van het Unesco Werelderfgoed als onderdeel van een reeks van 78 opmerkelijke beukenkathedralen in 12 Europese landen. Hoewel het woud een bijzonder rijke geschiedenis heeft en het de tekenen van de demografische en stedenbouwkundige evolutie in zich draagt, is zijn oorspronkelijke reliëf opmerkelijk goed bewaard gebleven. Onder het donkere dekkleed van de beukenkathedraal is de bodem waarop ooit rendieren en mammoets rondliepen uitzonderlijk goed bewaard. Dat komt misschien omdat het woud vroeger het jachtgebied was van de hertogen van Brabant, waardoor het zeer lang onaangeroerd bleef. Desondanks werd er in de loop van de eeuwen aan de randen van het woud geknabbeld door de omliggende dorpen en de religieuze gemeenschappen. In de 18de eeuw had het Zoniënwoud dan weer sterk te lijden onder massale houtkap en andere plunderingen van zijn rijkdommen door de bevolking en lokale heren die in geldnood zaten. Gelijktijdig zag Joachim Zinner, een jonge landschapsarchitect uit Wenen, er tijdens het Oostenrijkse bewind een plaats in om snel kwaliteitshout te produceren. Hij liet in een recordtijd een ongezien aantal beuken aanplanten die enkele decennia later zouden uitgroeien tot de beukenkathedraal waarvoor het Zoniënwoud nog altijd befaamd is. Nadat het woud door koning Willem I van Nederland werd overgedragen aan de Société Générale werd een groot deel van het woud verkocht en in grote mate gerooid. Koning Leopold I kocht de resterende 4.400 ha en vertrouwde het beheer ervan toe aan het Bestuur van Waters en Bossen. (B 02/12/1959)

Praktische info

  • Zoniënwoud
    1160 Brussel
    • M
      Herrmann-Debroux
    • T
      Oudergem-Woud
    • T
      Herrmann-Debroux
    • B
      Tweesteenwegen
    • B
      ADEPS/Roodklooster