MIXITY Walk : Jette

Jette is een van de geheime tips van het gewest Brussel. Het trekt jonge en diverse bewoners die zoeken naar kwaliteitsvolle stedelijkheid. Ze willen aangenaam wonen nabij school, werk en groen.
 

IN DE VALLEI VAN DE MOLENBEEK :

Jette is de grootste gemeente in het noordwesten van het Brussels Gewest. Ze bestaat in haar huidige vorm sinds ze in 1844 van Ganshoren splitste. Vandaag telt Jette ruim 51.000 inwoners op 504 hectare en is de gemeente zo goed als volledig verstedelijkt, op het Boudewijnpark rond de Molenbeekvallei na. Die Molenbeek bepaalt in sterke mate het reliëf en de ontwikkeling van Jette. Ze vormt de slagader van het Boudewijnpark en het Jeugdpark, de groene long van de gemeente. Ter hoogte van de Neybergstraat verlaat ze Jette om uiteindelijk via het koninklijk domein van Laken in de Zenne uit te monden. Ten noorden van de beek bleven landbouw, steengroeven en later opbrengstbossen langer dan in het zuiden het uitzicht bepalen. Ook een deel van de adel vertoefde hier graag in riante buitenverblijven.

STEENGROEVE EN STEENWEG :

Voor de 19de eeuw stelde Jette als dorp niet veel voor. De jonge gemeente had een kleine parochiekerk met kerkhof, gelegen op wat nu het stationsplein is, met een rechtstreekse verbinding – de huidige Sint-Pieterskerkstraat – naar het kasteel Ter Rivieren in Ganshoren, lange tijd de woonplaats van de hertog. Aloude verbindingen zoals de De Baisieuxstraat, de Leopoldstraat of de Dieleghemse Steenweg zorgden voor verbindingen met de nabije gehuchten Heizel, Laken of Wemmel. Aan de Bareel op de Dieleghemse Steenweg, waar je tol voor de weg moest betalen, bevond zich de abdij van Dieleghem. Die speelde eeuwenlang een belangrijke religieuze, maar ook een economische rol: ze baatte enkele steengroeven uit, zoals in het huidige Dieleghembos. Vóór de tijd van de spoorwegen gingen de Jettenaren alleen via die ene steenweg, die van naam verandert (Dieleghem-Wemmel-Jette) naar Brussel. Een lange tocht die hen dwong erg vroeg op te staan.

GROEISCHEUT :

Dat de spoorwegbouwers de vallei van de Molenbeek uitkozen voor de aanleg van de spoorlijn naar Aalst (1851) en later naar Dendermonde (1892), hoeft niet te verbazen. Die treininfrastructuur splitste de gemeente in twee, waarbij het deel ten noorden lange tijd ontsnapte aan de verstedelijking. In die tijd opende ook een eerste station, gekeerd naar het huidige stationsplein. Aanvankelijk lag dat station nog verscholen achter een aantal oudere gebouwen. Toen de gemeente eind 19de eeuw een demografi sche groeischeut kreeg, was de tijd rijp voor een echt plein. In dezelfde periode verving de huidige Sint-Pieterskerk de oude parochiekerk die in het midden van het huidige plein stond. Tegelijkertijd verschoof het oude kerkhof enkele honderden meters op naar het oosten, en in 1899 verving het gemeentehuis de oude pastorij. Jette werd een voorstad met een echt plein, het huidige Kardinaal Mercierplein en een nieuw station.

DE SPIEGEL :

Die verstedelijking deed op de Spiegel een tweede centrum ontstaan. Daar bevond zich al lang een belangrijk kruispunt met caféstop, maar de eindhalte van de tram die er in de 19de eeuw bijkwam, maakte de site plots veel aantrekkelijker. Ondanks veel protest kreeg die tram over de nieuwe Léon Theodorstraat een verlenging naar het station, waardoor de ruimte tussen beide centra volledig verstedelijkte. Bovendien verdwenen aan de Spiegel twee oude straten met huizen, waardoor de plek kon uitgroeien tot een stedelijk centrum rond een groot plein. In de eerste helft van de 20ste eeuw groeide Jette uit tot een belangrijke Brusselse gemeente van de tweede kroon. Er kwamen veel kleinere bedrijven, vaak verscholen in de bouwblokken.

VERZET :

Ten noorden van de spoorlijn bleef Jette wel erg landelijk, pas na de Tweede Wereldoorlog zette de verstedelijking in. De Wereldtentoonstelling van 1958 noopte tot een snelle autoverbinding met het centrum, de Wereldtentoonstellingslaan. Daarna volgden vlakbij de bouw van het Universitair Ziekenhuis Jette (1970) en de aanleg van een aantal nieuwe wijken. Maar toen de plannen voor een snelweg van de Ring naar de De Smet de Naeyerlaan bekend werden, was het verzet algemeen. Niet iedereen zag het landelijke karakter graag volledig verdwijnen. De oliecrisis dwarsboomde de snelwegplannen en leidde tot de aanleg van het huidige Boudewijnpark. Een heel diverse long met drie kleine bossen op de plaatsen waar ooit steengroeven waren, een Engels en Frans park, en een duidelijke keuze om vooral rond de beek het landelijke uitzicht van de vallei maximaal te bewaren.

EEN JONGE GEMEENTE  :

In de laatste tien jaar is Jette opnieuw sterk veranderd. De gemeente trekt een jong en diverser publiek aan dat zoekt naar kwaliteitsvolle stedelijkheid: aangenaam wonen nabij school, werk en groen, in een goed uitgeruste gemeente. De heraanleg van de grote pleinen met duidelijke aandacht voor ontmoeting, de nieuwe tram 9 naar het UZ, de investeringen in scholen, cultuur, sport, jeugd en groen geven de gemeente een erg dynamisch elan.
STARTPUNT : TREINSTATION JETTE