MIXITY Walk : Kuregem

Kuregem is de verborgen parel van de gemeente Anderlecht. Ooit was het een industriële voorstad geprangd tussen het Zuidstation en het Kanaal. Vandaag bloeien er talloze culturele initiatieven en wil Kuregem zich met zijn ambitieuze slachthuisplan op de kaart zetten als 'de buik van Brussel'.
 

AANHANGSEL WORDT MODERNE VOORSTAD

“Zo ver men zien kon waren ’t al weiden en blekerijen, met bomen afgezet en met vee of  paarden bewerkt. De Zenne met haar vele armen kronkelde wellustig door de beemden.” Zo beschreef een wandelaar op het einde van de 18de eeuw de plek die we vandaag kennen als Kuregem. Minder dan een eeuw later zou dit idyllische landschap op een steenworp van het centrum van Brussel uitgroeien tot een van de meest verstedelijkte voorsteden.

De bleekweiden verdwenen onder de fabrieken, de wellustig kronkelende Zenne werd rechtgetrokken en gekokerd, het vee geslacht en ingeblikt. Kuregem groeide uit tot het centrum van de vleesverwerkende industrie, de textielsector en de autoassemblage.

Het vroegere aanhangsel van het centrum van Anderlecht kreeg in de 19de eeuw als een van de eerste wijken van de agglomeratie moderne rioleringen, straatverlichting en als kroon op het werk een prachtig gemeentehuis in Vlaamse neorenaissancestijl.

JOODS ANDERLECHT

Vandaag zijn de inwoners van Kuregem van diverse pluimage. Maar ook honderd jaar geleden was het al een wijk waar arbeiders met een niet-Brusselse achtergrond hun geluk kwamen beproeven. De eerste migranten die naar deze voorstad trokken, waren Oost- en

West-Vlamingen die zich vestigden in de buurt van de Anderlechtse Poort en de Dauwwijk. Meestal waren het zelfstandigen die trots waren op hun eigen zaak. Rond dezelfde tijd kwamen ook Poolse Joden zich vestigen in wat later de Gouden Driehoek zou gaan

heten: ook vandaag nog een buurt met talloze confectiezaken. De synagoge en het nationaal memoriaal voor de Joodse martelaren zijn de enige tastbare restanten van die vooroorlogse Joodse aanwezigheid.

SMELTKROES

Als je door de wijk wandelt, valt meteen op hoe multicultureel die is. Libanese restaurants en garages, Marokkaanse en Turkse theehuizen, Nigeriaanse of Kameroense fixers die maar al te graag jouw wagen willen kopen en exporteren naar West-Afrika, Poolse en Roemeense delicatessenzaken, Italiaanse pizzeria’s en Griekse kruidenierszaken: je vindt dit en nog veel meer op een boogscheut van elkaar in een en dezelfde kleurrijke dynamische wijk van net

geen twee vierkante kilometer. De eerste migranten waren Joden uit Litouwen, Polen en

Rusland. Zij waren in de 20ste eeuw op de vlucht voor pogroms en de verslechterde economische situatie in Oost-Europa. Na de Tweede Wereldoorlog kwamen ook Italianen en Spanjaarden zich in Kuregem vestigen. Een nog levend bewijs van de Spaanse migratie is het centrum Pablo Iglesias in de Ropsy Chaudronstraat. Iglesias was de stichter van de socialistische partij van Spanje. Eind jaren 1950 en begin jaren 1960 kwamen vervolgens Marokkanen en Turken hier hun heil zoeken. Maar door de economische crisis van de jaren 1970 trok een vijfde van de bevolking uit Kuregem weg. De Belgische bevolking halveerde er en ook het aantal Italianen, Spanjaarden en Grieken liep sterk terug, terwijl vooral de

Marokkaanse en Turkse bevolking toenam. In de jaren 70 kwamen er asielzoekers uit Latijns-Amerika, vanaf het eind van de jaren 1980 uit Afrika.

BUIK VAN BRUSSEL

In 2012 stelde het bedrijf dat de slachthuizen van Anderlecht beheert een ambitieus masterplan op, dat mondjesmaat en met aanpassingen wordt gerealiseerd. Het meest tastbare bewijs daarvan is de nieuwe Foodmet, een overdekte hal in strak minimalistisch beton waar elke week fruit en groenten van over de hele wereld aan de man worden gebracht. Op het dak bevinden zich serres van een gigantische moestuin. Het is de bedoeling dat in de nabije toekomst de buurt uitgroeit tot de “buik van Brussel”: talloze initiatieven met betrekking tot voedselproductie en -distributie zullen zich enten op en rond de overdekte markt. De rol die ‘Les Halles’ ooit vervulden voor Parijs, zullen ‘de Abattoirs’, zoals deze plek gemeenzaam genoemd wordt, vervullen voor Brussel. Met dit verschil dat veel aandacht zal uitgaan naar duurzaamheid en ecologie.

STARTPUNT : TRAMHALTE RAAD (TRAM 81), OP WANDELAFSTAND VAN HET ZUIDSTATION