MIXITY Walk : Matongé

Hoewel er niet eens zoveel Afrikanen wonen, is er nergens in Europa zo'n concentratie aan Afrikaanse activiteiten als in Matongé bij de Naamsepoort. De Afrikaanse diaspora komt hier om te zien en om gezien te worden.
 

AFRIKA

Ook al is onze Afrikaanse wijk bekend tot ver buiten de landsgrenzen, eigenlijk is het niet meer dan een straat en twee galerijen. De Waversesteenweg is de hoofdslagader, de Elsense en Naamsepoortgalerijen zijn de longen, en de straatjes errond zijn de bloedvaten. De vele kappers, cosmeticazaken, ‘African fast food’- restaurantjes, money transfers, cafés, reisbureaus, winkels waaruit tropisch fruit en groenten uitpuilen tot op straat, en evangelische kerken trekken Afrikanen vanuit heel België aan. Maar ook uit Nederland, Noord-Frankrijk en West-Duitsland, want laat er geen twijfel over bestaan: deze wijk is uniek. Zo’n sterke concentratie aan Afrikaanse activiteiten is ongeëvenaard in Europa.

SANDWICH

Niet dat hier zoveel Afrikanen wonen. De wijk zit gesandwicht tussen twee dure wijken: de Louizalaan en Gulden Vlies met zijn chique winkels, en de Europese wijk rond Europees Parlement en Luxemburgplein. Appartementen zijn hier duur, en door zijn dichtheid en constante activiteit is het niet meteen de leefbaarste wijk om te wonen. Flaneren is er des te interessanter, vooral op vrijdag- en zaterdagnamiddag als de Afrikaanse gemeenschappen hier massaal samenkomen. En als het mooi weer is, tonen de Afrikaanse mama’s zich van hun mooiste kant, gedrapeerd in kleurrijke pagnesto en en met een sierlijke tulband op het hoofd.

FLANEREN

De Afrikaanse diaspora komt hier niet enkel om haar te vlechten of inkopen te doen, ook gewoon om te zien en gezien te zijn. Want al is Matongé geen Afrikaanse woonwijk, het is wel de wijk waar Afrikanen elkaar ontmoeten, zakendoen en op afspraak komen. Afspraken zijn soms gewoon: ‘On se voit à Matonge’. Afspraak hebben zonder afspraak te maken. Typisch Afrikaans?

PATCHWORK

Begeef je in een van de zijstraatjes en je komt meteen in een andere wijk uit. De trendy Bonifatiuswijk, de woonwijk rond Fernand Cocq, de winkelketens in de Elsensesteenweg of de kantoorwijk bij het Europees Parlement. Hier zie je dat Brussel eigenlijk niet bestaat: het is een lappendeken van 1.001 wijkjes die naast elkaar liggen, maar eigenlijk met elkaar niets te maken (willen) hebben. Bobo’s lopen snel Matongé door, terwijl Afrikanen de trendy cafés rond Bonifatius passeren zonder om te kijken. Arm en rijk wonen naast elkaar, echte getto’s zijn hier niet.

LEOPOLD II

De tweede koning van ons land, bekend als ‘koning-urbanist’ maar uiteraard ook voor zijn koloniale avonturen. België moest niet weten van een kolonie, dus ging Leopold II in zijn eentje naar de Conferentie van Berlijn in 1884 om een stukje ongerept Afrika in de wacht te slepen. Daar lag een kaart op tafel, en stukken Afrika die nog ‘niemand’ toebehoorden, werden verdeeld onder koloniale mogendheden. Leopold II sleepte een stuk land − tachtig keer groter dan België − in de wacht. Een groot zwart gat op de kaart, midden in het zwarte continent.

CAFÉS VAN KOLONIALEN

De Afrikaanse aanwezigheid in Brussel heeft zijn oorsprong te danken aan cafés van kolonialen in de de Stassartstraat, vlak bij de Naamsepoort. Ook Senegalezen en Kameroeners die vanuit Parijs overgekomen waren, waagden in deze straat hun kans. Ze openden cafés en restaurants en voorzagen de buurt van de nodige livemuziek en ambiance. En de Congolezen? Die zaten in Congo! Leopold II en de Belgische staat hadden hun lessen geleerd van de Franse en Britse trendsetters: die koloniale grootmachten haalden de knappe koppen uit de kolonies naar de Sorbonne en Oxford om ze een opleiding te geven en nadien terug te sturen om de kolonie te besturen, maar die Afrikaanse studenten kwamen in contact met Afro-Americans, met jazz en andere ‘verderfelijke’ invloeden en gingen zich nadien, terug thuis, keren tegen hun broodheer en meer rechten of zelfs onafhankelijkheid eisen. Zo’n subversief gedrag wilden de Belgen in Congo absoluut vermijden! Het was pas na Expo ’58 dat de eerste Congolezen in België verbleven.

KINSHASA

De naam Matongé komt van de gelijknamige wijk in Kinshasa, de kunstenaarswijk die ’s nachts danst op de betere rumba, soukouss en ndombolo. In Brussel is het geen o ciële wijknaam, al dook de naam voor het eerst als bushalte op in het nieuwe plan van de vervoersmaatschappij MIVB. Toch is het voortbestaan van Matongé als Afrikaanse wijk bedreigd. De Europese wijk en Louiza zijn aan het oprukken, en sommigen zijn de wijk liever kwijt dan rijk. Als de Afrikaanse activiteiten hier ooit weg zouden moeten, komen ze mogelijk in het mini-Matongé aan de slachthuizen van Kuregem (Anderlecht) terecht. Maar zo snel zal dat niet gaan. Het zal hier nog wel een paar jaar bruisen van de Afrikaanse activiteit.
STARTPUNT : TROON (METROLIJN 2, 6))