MIXITY Walk : Sint-Gillis

Sint-Gillis is van oudsher bekend als de spruitjesgemeente, maar van een spruitjeslucht is er hoegenaamd geen sprake. Met zijn afwisseling van voorname en volkse buurten, diverse bevolking, trendy cafés en kunstenaarsgemeenschap is Sint-Gillis een van de aanlokkelijkste gemeenten van het gewest.
 

800 JAAR SINTGILLIS

Sint-Gillis vierde in 2016 zijn 800-jarig bestaan. Obbrussel – zo heette het oorspronkelijke gehucht op de flank van de Zenne − werd in 1216 een zelfstandige parochie, onafhankelijk van de abdij van Vorst. Eeuwenlang vormde de Hallepoort de toegangsweg tot de eigenlijke stad, die binnen de omwalling lag. Sint-Gillis was een plattelandsdorp waar groenten werden gekweekt, die dan op de markt in Brussel werden verkocht. De inwoners van Sint-Gillis danken er nog altijd hun bijnaam aan: de Kuulkappers.

SPRUITJES ALS HANDELSMERK

De ‘kulen’ waarvan sprake zijn spruitjes, een groentesoort die niet zoveel plaats inneemt omdat de struik in de hoogte groeit én veel kooltjes draagt. Het hedendaagse Sint-Gillis heeft niet veel meer te maken met de spruitjes, behalve als onderdeel van biologische groentepakketten die hippe inwoners bestellen via verdeelplaatsen in de gemeente, of als koopwaar op de markt. Toch kom je de naam ‘kuulkappers’ her en der nog tegen in Sint-Gillis. Zo loopt de Kuulkappersstraat tussen de kerk en het politiekantoor. De folkloristische vereniging heet Orde van de Kuulkappers: bij het premetrostation op het Voorplein vind je een infobordje over de traditie. En wie een reusachtig beeld van een spruit wil zien, moet in de tuin van het bejaardentehuis Les Tilleuls zijn, op de hoek van de Antoine Bréartstraat en de Arthur Diderichstraat.

EEN GROENE GEMEENTE

Hoewel Sint-Gillis op het eerste gezicht een erg verstedelijkte gemeente is, zijn er meer groene ruimten dan je zou denken. De grootste parken liggen net buiten de grenzen: het langgerekte Hallepoortpark in Brussel-stad, het park van Vorst... in Vorst. Maar ook binnen de gemeentegrenzen liggen nogal wat − eerder verborgen − groene stroken. Zoals het Pierre Pauluspark, of de tuin in het binnengebied van een huizenblok in de Louis Coenenstraat, pal in het centrum van de gemeente. Nu probeert men al die ruimten met elkaar te verbinden in een groen lint, bijvoorbeeld door een versteend plein zoals het Marie Jansonplein toch te vergroenen. Zo wil men een missing link tussen het Hallepoortpark en het Pierre Pauluspark wegwerken en kun je de gemeente doorkruisen in het groen.

OPENLUCHTMUSEUM

Sint-Gillis werd vooral verstedelijkt in de laatste decennia van de 19de eeuw en het begin van de 20ste eeuw. Die ontwikkeling was een gevolg van de industrialisatie, die veel volk naar Brussel en naar Sint-Gillis lokte. Op het grondgebied van Sint-Gillis lagen verschillende fabrieken, getuige straatnamen als Vlasfabriekstraat. De bewuste periode was op architecturaal vlak erg interessant. Overheersten de laatste decennia van de 19de eeuw nog allerlei neostijlen, dan zag helemaal aan het einde van die eeuw de art nouveau het levenslicht. Sint-Gillis kun je zonder schroom een bakermat van die stijl noemen. Ook vandaag zijn er nog prachtige voorbeelden van art nouveau te vinden, met de eigen woning van architect Victor Horta als bekendste voorbeeld. Zelfs huizen die misschien niet het revolutionaire ontwerp van de befaamdste art-nouveau-architecten hadden, kregen toch de fraaie gevels die we met de stijl associëren, met zwierige lijnen en afbeeldingen van fauna en flora. Daardoor lijken sommige delen van Sint-Gillis wel een groot  openluchtmuseum van art nouveau en andere 19de-eeuwse stijlen.

IMMIGRATIE

Door de nabijheid van het Zuidstation en de industrie is Sint-Gillis bij uitstek een immigratiegemeente. Aanvankelijk vonden Brusselaars, Walen en Vlamingen er een goede thuis. Later arriveerden Joden die de pogroms in Oost-Europa ontvluchtten, en mensen uit het Middellandse Zeegebied (Spanjaarden, Portugezen, Italianen, Grieken, Marokkanen) die een job vonden in de industrie. In hun kielzog volgden migranten uit Brazilië en andere Latijns-Amerikaanse landen. Na de val van de Berlijnse Muur kwamen veel  Oost-Europeanen, onder wie heel wat Polen, die zich vooral in de buurt van de Hallepoort vestigden. Dan zijn er nog de Europese expats, met de Fransen op kop. Zij komen maar wat graag in de chique herenhuizen in de dure wijken van Sint-Gillis wonen. Met de hogesnelheidstrein zijn ze in een wip weer in Parijs. Al die nationaliteiten, meer dan 130 in totaal, zorgen voor een enorme mix van restaurants, winkels, cultuurcentra en gebedshuizen – verspreid over heel Sint-Gillis.
STARTPUNT : MUNTHOF (METROLIJN 2, 6)