UNESCO-werelderfgoed in Brussel

UNESCO-werelderfgoed in Brussel

Wat hebben de Taj Mahal en de piramides van Egypte te maken met de Brusselse Grote Markt? Ze zijn alle drie erkend als werelderfgoed door Unesco, samen met tal van andere bijzondere plaatsen in Brussel.

Brussel wordt bewonderd vanwege de rijkdom van zijn erfgoed, dat getuigt van de bijna duizendjarige geschiedenis van de stad. Dat is ook de United Nations Educational, Scientific and Cultural Organization – kortweg Unesco - niet ontgaan.

Met het oog op het behoud van het erfgoed heeft Unesco twee belangrijke instrumenten ontwikkeld met heel precieze selectiecriteria. Zo is er de ‘Werelderfgoedlijst’, die culturele en natuurlijke eigenschappen ‘van uitzonderlijke universele waarde’ bevat, en de ‘Representatieve lijst van het immaterieel cultureel erfgoed van de mensheid’, die de praktijken, representaties, uitdrukkingen, kennis en vaardigheden van een land, regio of gemeenschap omvat.

De Grote Markt van Brussel werd in 1998 met succes geïntegreerd en sindsdien hebben ook vele andere Brusselse panden hun plaats op deze prestigieuze lijsten verworven.

Er valt veel te ontdekken. Laten we samen op verkenning gaan naar het Unesco-erfgoed van Brussel!

  • Gebouwen en locaties die op de Werelderfgoedlijst zijn opgenomen

  • Grote Markt

    De Grote Markt van Brussel wordt door Unesco beschouwd als een uitzonderlijk voorbeeld van een eclectische en welgeslaagde mix van architectuur- en kunststijlen die blijk geven van de cultuur en de maatschappij van de regio. De locatie ‘illustreert op bijzonder wijze de evolutie en het succes van een handelsstad in Noord-Europa op het hoogtepunt van haar welvaart’.

    Al sinds de 12e eeuw is dit een marktplaats (de oorspronkelijke naam in het Oudnederlands was ‘Nedermerckt’, of ‘lage markt’ ). Het plein raakte mettertijd geflankeerd door huizen en markthallen, die nog steeds hoofdzakelijk in hout werden gebouwd. Het gotische stadhuis kwam tot stand tijdens de 15e eeuw in drie fasen. In dezelfde eeuw worden in de gebouwen op de Grote Markt gildehuizen opgericht. Na de verwoesting door bombardementen van de troepen van Lodewijk XIV in 1695, wordt het plein bijna volledig heropgebouwd. In de daaropvolgende eeuwen vonden er nog verschillende grote verbouwingen en aanpassingen plaats.

    Het Unesco-logo, in de vorm van bronzen plaquettes die op de grond werden geplaatst, is te vinden aan de zeven ingangen van de Grote Markt.

  • Belangrijke woningen van Victor Horta

    Onder deze naam werden vier realisaties van de grote Belgische architect Victor Horta erkend in 2000. Deze vier huizen worden door Unesco beschouwd als ‘bijzondere voorbeelden van art-nouveau-architectuur’. Ze zijn ‘het werk van een creatief genie, dat de meest verfijnde uitdrukking van de invloed van art nouveau op kunst en architectuur weergeeft’. Deze stijl wordt gezien als een radicaal nieuwe benadering, die toekomstige veranderingen aankondigt.

  • Hotel Tassel

    Dit wordt beschouwd als het eerste werk in art-nouveaustijl in Brussel. Het is een herenhuis dat in 1893 werd ontworpen door de architect in opdracht van eigenaar Emile Tassel, een hoogleraar aan de ULB die net als Horta vrijmetselaar was. Tassel, een alleenstaande man die bij zijn grootmoeder woonde, wou niettemin zijn vrienden kunnen verwelkomen en zijn wetenschappelijke werk in zijn huis kunnen voortzetten. De belangrijkste elementen van de art nouveau komen in dit gebouw samen: zichtbare metalen structuren, de integratie van decoratie in de structuur, belangrijke inval van natuurlijk licht (glas), enz.

  • Hotel Solvay

    Dit gebouw, dat de behoeften van een grote 19e-eeuwse burgerlijke familie weerspiegelt, werd in de late jaren 1890 gebouwd op verzoek van de industrieel Armand Solvay. Door de bijna onbeperkte financiële middelen en een perfecte verstandhouding met de klant, is het ongetwijfeld een van Horta's best voltooide werken. De art-nouveau-elementen zijn duidelijk aanwezig: zichtbare structuren van kolommen, pilaren en stalen balken, aaneengesloten open ruimtes, inval van daglicht en zelfs een natuurlijk airconditioningsysteem!

  • Hotel van Eetvelde

    Het Hotel Van Eetvelde ligt vlakbij de Europese wijk en is in 1895 ontworpen voor Edmond van Eetvelde, diplomaat en secretaris-generaal van de Kongo-Vrijstaat. Het aangrenzende huis (nummer 2) werd ontworpen door dezelfde architect op bestelling van dezelfde Van Eetvelde. Het was bestemd voor verhuur. Het hoofdhuis beschikt, naast andere elementen die kenmerkend zijn voor de Hortastijl, over een groot aantal zichtbare metalen elementen, een wintertuin met een schitterend dakraam, een grote gevel met een industriële uitstraling, enz.

  • Huis en atelier van Victor Horta

    Deze twee door de architect ontworpen huizen zijn gebouwd tussen 1898 en 1901. Nummer 23 is zijn architectenbureau en beeldhouwatelier en nummer 25 zijn privéwoning. Terwijl deze twee gebouwen het museum zelf herbergen, is het links aangrenzende huis – het zogenaamde ‘Hilsthuis’, dat dus geen werk van Horta is – een verlengstuk van het museum dat plaats biedt aan tijdelijke tentoonstellingen en een onderzoekscentrum voor art nouveau.

  • Het Stocletpaleis

    Dit gebouw werd in 2009 door Unesco erkend als ‘meesterwerk van het creatieve genie van de Weense Secessie’, een Oostenrijkse variatie op de art nouveau. ‘Het is een symbool van de constructieve en esthetische moderniteit in het Westen aan het begin van de 20e eeuw’ en had ‘een aanzienlijke invloed op het ontstaan van art deco’.

    Het gebouw werd van 1905 tot 1911 gebouwd op een van de belangrijkste lanen van Brussel. De architect was de Oostenrijker Josef Hoffman, en het is tevens zijn belangrijkste werk. De eigenaar, Adolphe Stoclet, was bankier en verzamelaar. Het paleis en de tuin werden zonder financiële of esthetische beperkingen als een geheel ontworpen. Het vormt een totaalkunstwerk met een zuiver geometrisch karakter, dat een duidelijke breuk met de art nouveau weerspiegelt.

  • Het Zoniënwoud

    Het Zoniënwoud is een geliefkoosde plek van Brusselaars met een liefde voor natuur. Dit is een indrukwekkend groen gebied, waarvan een deel zich in het zuiden van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bevindt. Het strekt zich uit over 4.400 ha en omvatte ooit het oude ‘kolenwoud’, een belangrijke brandstofbron.

    Het hoge beukenbos of ‘kathedraalbeukenbos ’werd aan het einde van de 18e eeuw geïntroduceerd in het kader van een algemene herontwikkeling van het gebied. Op dat moment beslaat het bos nog bijna 10.000 ha!

    In werkelijkheid zijn in 2017 slechts 5 kleine gebieden van het bos erkend door de Unesco, in totaal ongeveer 270 hectare. Deze 5 gebieden omvatten 3 ‘integrale bosreservaten’, d.w.z. ruimten die niet door de mens worden beheerd en waar het beukenbos zich dus spontaan ontwikkelt. Deze enkele hectaren voegen zich bij de ‘oude en voorhistorische beukenbossen van de Karpaten en andere regio's van Europa’, verspreid over 12 Europese landen.

    Tijdens een bezoek aan het Zoniënwoud heb je de gelegenheid om enkele belangrijke erfgoedlocaties te bewonderen: de voormalige abdijsite van het Rood Klooster, de voormalige Renbaan van Bosvoorde, het Tournay-Solvaypark, het Kasteel van Terhulpen of het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika.

  • Tradities die opgenomen zijn op de Lijst van immaterieel cultureel erfgoed

  • Meyboom

    Dit Brusselse  toonbeeld van levend erfgoed maakt deel uit van de lijst van het immaterieel erfgoed van Unesco met een reeks andere gelijkaardige evenementen in België en Frankrijk, onder de naam ‘Giants and processional dragons of Belgium and France’. Deze evenementen worden beschouwd als ‘een origineel geheel van feestelijke gebeurtenissen en rituele voorstellingen’, met ‘mythische helden of dieren, hedendaagse lokale ambachten of historische, Bijbelse of legendarische figuren’.

    De Meyboom wordt geplant op het kruispunt van twee straten. Het is een traditie die teruggaat tot de 13e eeuw. Er wordt gezegd dat deze traditie ontstond door een geschil tussen de steden Brussel en Leuven over de heffing van een bierbelasting. De Brusselaars trokken aan het langste eind kregen het voorrecht om elk jaar op 9 augustus voor 17 uur een boom te planten, anders wordt het voorrecht toegekend aan concurrent Leuven!

  • De biercultuur in het Brussels gewest

    Het is geen toeval dat het Brouwershuis sinds de 17de eeuw zo'n belangrijke plaats inneemt op de Grote Markt in Brussel. Bier is immers onlosmakelijk verbonden met Brussel en België in zijn geheel, dat zo'n 200 brouwerijen en 2.500 verschillende bieren telt. Deze wereldwijde bekendheid hebben we te danken aan abdijen waar al sinds de middeleeuwen wordt gebrouwen, maar ook aan onze exclusieve bieren - zoals de geuze-lambiek, die sinds 1900 in Brussel wordt geproduceerd door de Cantillon-brouwerij. In 2016 erkende Unesco de belangrijke rol van de biercultuur in het dagelijkse leven en de festiviteiten in België door deze te registreren als onderdeel van het immaterieel cultureel erfgoed van de mensheid.

    Dit merk je ook in de hoofdstad! Het is de thuishaven van talrijke bierfeesten, en er ontstaan steeds meer microbrouwerijen en brouwerijen die op ambachtelijke en/of experimentele wijze bier maken.

  • Ommegang

    De Ommegang is diep geworteld in de Brusselse identiteit. Dankzij de processie en het populaire feest groeide het mettertijd uit tot een van de hoogtepunten van het Brusselse zomerseizoen. Het vindt elk jaar plaats rond eind juni of begin juli, en bestaat uit een optocht en een voorstelling die geïnspireerd zijn op een historische gebeurtenis. De Ommegang werd voor het eerst in 1549 georganiseerd, een gelegenheid voor de toenmalige vorst Karel V om zijn zoon en opvolger Filips II voor te stellen.

    Letterlijk is een ‘ommegang’ een toer. Oorspronkelijk verwijst deze term naar een processie van geestelijken die rondtrokken in hun parochie met relikwieën en andere religieuze voorwerpen. Door de jaren heen nam het religieuze aspect af, en kreeg de processie een meer sociale en politieke betekenis.

    Na een terugval in de 18e en 19e eeuw, herwon de Ommegang op 15 juni 1930 haar volle betekenis, voornamelijk op initiatief van folklorist Albert Marinus. Sinds die datum heeft de Ommegang elk jaar twee zomeravonden opgeluisterd met verschillende evenementen, verspreid over diverse locaties: een kruisboogschietwedstrijd en een ceremonie in de Zavelkerk, een twee kilometer lange processie die gratis te bezichtigen is, en een twee uur durende betaalde show op de Grote Markt (met tribune), met 1.400 figuranten en 47 folkloristische groepen. Ten slotte is er ook een ‘renaissancedorp’ dat je vier dagen lang onderdompelt in de 16de-eeuwse sfeer!

  • Eigenschappen en tradities opgenomen in het register van goede voorbeeldpraktijken

  • De beiaardcultuur in het Brussels gewest

    De beiaard is in Brussel al eeuwenlang in gebruik. In de 17e eeuw beschikte de stad over 9 dergelijke instrumenten - een reeks klokken die elk een eigen klank hebben. Vandaag telt het Brussels gewest 5 beiaarden, waarvan er twee nog steeds gebruikt worden om concerten te organiseren. De twee beiaarden in kwestie zijn die in de Kathedraal van Sint-Michiel en Sint-Goedele en het federale Parlement, die respectievelijk 49 en 37 klokken hebben.

    De beiaard van de kathedraal lijkt de oudste in Brussel te zijn geweest, die dateerde van het einde van de 15e eeuw. De oude instrumenten zijn echter verdwenen en de beiaarden die vandaag de dag in de kathedraal, het Parlement en de Kunstberg te horen zijn, zijn van recente bouw – meer bepaald uit de tweede helft van de 20e eeuw.

    De twee andere Brusselse beiaarden bevinden zich in de klokkentoren van het stadhuis van Sint-Pieters-Woluwe (18 klokken) en in die van de Onze-Lieve-Vrouw van Finisterraekerk in het Brusselse stadscentrum (8 klokken).